Marokko - Casablanca, Azrou, Hassi Labied en Tinerhir
Donderdag 28 mei zijn we nog verder omhoog gereden, naar ‘Casa’, zoals ze de stad Casablanca hier noemen. Je merkt dat er in de grote steden enorme verschillen zijn tussen arm en rijk. Op de weg zie je zowel mensen met prachtige merkkleding in peperdure auto’s, als arme sloebers in hun smerige kloffie op een ezel. Casablanca is een gigantische stad en wat is het verkeer er een chaos. Voordat je een rotonde opgaat sta je eerst voor een stoplicht, en zodra je groen licht hebt, moet je tussen de andere auto’s die naast en om je heen rijden, tot aan het midden van de rotonde zien te komen. Als je vervolgens rechtdoor moet lukt het nog wel, maar afslaan naar rechts of links, is écht spannend! We hielden na en lange dag rijden de drukke stad al snel voor gezien, en zijn toen naar een camping, net buiten de stad gegaan.Voordat we de 29e weer terugreden naar de snelweg, om richting Meknes te gaan, zijn we eerst nog even bij wat stalletjes gestopt om vers fruit te kopen. Wat zijn de Marokkanen toch experts in stapelen. Auto’s zijn vaak dubbel zo hoog beladen, zodat ze helemaal scheef hangen en dat je er bijna niet naast durft te rijden. In kleine winkeltjes wordt alle ruimte benut; producten worden bijna tot aan het plafond opgestapeld. En momenteel is het meloenen-tijd, overal kun je langs de kant van de wegen meloenen kopen, en niet zomaar meloenen, nee reusachtige watermeloenen, die soms tot wel 2 meter hoog opgestapeld staan.
Nadat we onze vitamines hadden ingeslagen, hebben we de snelweg gepakt via Casablanca en Rabat naar Meknes. Toen we onderweg bij een tankstation vlakbij Rabat even wat wilden gaan drinken, kwamen we stomtoevallig Moustafa en zijn vriend tegen. We hebben hen 20 mei gezien bij de grensovergang Ceuta-Marokko. Moustafa had toen zijn mobiele telefoonnummer aan ons gegeven voor als we hulp nodig zouden hebben. Toen we naar hen toeliepen, kregen we allebei dikke kussen en een omhelzing, en mochten aanschuiven voor een kopje thee. Ze waren helemaal enthousiast ons weer te zien, en vroegen naar onze belevenissen. Zij hadden familie in Casablanca bezocht, en waren weer op de terugweg naar Nederland. Na even bijgepraat te hebben, zijn we ieder weer onze weg gegaan, wij naar Meknes, om daarna af te zakken naar Ifrane.
Ifrane is een Alpine-stijl dorpje en ligt in een prachtig bosrijk gebied in de Midden-Atlas. Het regende pijpenstelen toen we er einde van de middag aankwamen. Aan de Boulevard Mohammed V zou een camping gelegen zijn. We moesten er wel een beetje om lachen, want in iedere stad of dorp is wel een grote straat of doorgaande weg met de naam Boulevard Mohammed V of Avenue Hassan II, het kan niet missen! Enfin, de camping die we er vonden was open, tenminste, de slagbomen stonden open. Maar wat zag het er vreselijk uit; een terrein met metershoog onkruid, 2 smerige donkere en vervallen sanitairgebouwen zonder water en licht, de receptiedeur was gesloten en er waren geen gasten te bekennen. Logisch natuurlijk. Net voordat we weg wilde rijden, kwam er een klein vrouwtje uit een kelder van het huis wat naast de camping stond. Er was dus toch leven. Het vrouwtje gaf aan dat we er prima konden kamperen, voor maar 70 dirham. Nou, daarvoor hebben we vriendelijk bedankt.Door gegaan naar Azrou, hopend op beter weer en een betere camping. Omdat we meer de hoogte in gingen waren er ook steeds vaker borden en (open) slagbomen aan de weg te zien, met daarop ‘Barrière de neige’. Het schijnt hier volgens de bewoners heel heftig te sneeuwen. Vlak voor het plaatsje Azrou, stopte het met regenen en troffen we direct langs de weg een camping. Er kwam een vriendelijke Engelssprekende Marokkaan naar ons toe om ons welkom te heten. Tussen een aantal kersenbomen mochten we de auto parkeren, een mooie plaats met uitzicht op de bergen. Meteen de daktent uitgeklapt, want de paarse luchten die kwamen aandrijven zagen er veelbelovend uit. En inderdaad, het duurde niet lang voordat het hard begon te waaien en stortregenen. Koken en buiten zitten werd te nat, zelfs onder het dikke bladerendak van de kersenbomen. Tussen de buien door hebben we snel wat eten gemaakt en daarna in de auto opgegeten, kan ook gezellig zijn! De hele avond en nacht heeft het geregend, maar de volgende ochtend vroeg scheen de zon en was alles alweer droog voor vertrek.
30 mei. De campingeigenaar vertelde ons dat er op 10 minuten afstand , in ‘Foret de Cedres’ een 800 jaar oude boom staat waar Barbary-apen in rondhangen. Dus zijn we daar ’s morgens gaan kijken. Midden in het bos stond daar dé boom, gigantisch hoog maar zonder apen erin. Die waren verderop aan het rondhangen bij de stalletjes waar ze fossielen verkopen, afkomstig uit de bergen. Het stelde niet zoveel voor, maar leuk om even gezien te hebben.
Vanaf Erfoud zijn we doorgereden richting Tinerhir. Niet zo’n interessante route vonden wij, een beetje een saai en kaal landschap. Net voor Tinerhir gingen we weer omhoog de bergen in, en na een aantal kronkelwegen kwamen we aan het begin van de Gorge du Todra, een enorme kloof in het Hoge Atlasgebergte. Het eerste gedeelte van de kloof is vrij breed, met langs de randen van de bergen tientallen roodgekleurde kasbahs, en in het dal grote oases. Verderop in de gorge werd het nauwer. Beneden naast de weg loopt een riviertje waar mensen aan het zwemmen waren, en kleding en grote tapijten aan het wassen waren.