dinsdag 9 juni 2009

Marokko - Casablanca, Azrou, Hassi Labied en Tinerhir

Donderdag 28 mei zijn we nog verder omhoog gereden, naar ‘Casa’, zoals ze de stad Casablanca hier noemen. Je merkt dat er in de grote steden enorme verschillen zijn tussen arm en rijk. Op de weg zie je zowel mensen met prachtige merkkleding in peperdure auto’s, als arme sloebers in hun smerige kloffie op een ezel. Casablanca is een gigantische stad en wat is het verkeer er een chaos. Voordat je een rotonde opgaat sta je eerst voor een stoplicht, en zodra je groen licht hebt, moet je tussen de andere auto’s die naast en om je heen rijden, tot aan het midden van de rotonde zien te komen. Als je vervolgens rechtdoor moet lukt het nog wel, maar afslaan naar rechts of links, is écht spannend! We hielden na en lange dag rijden de drukke stad al snel voor gezien, en zijn toen naar een camping, net buiten de stad gegaan.

Voordat we de 29e weer terugreden naar de snelweg, om richting Meknes te gaan, zijn we eerst nog even bij wat stalletjes gestopt om vers fruit te kopen. Wat zijn de Marokkanen toch experts in stapelen. Auto’s zijn vaak dubbel zo hoog beladen, zodat ze helemaal scheef hangen en dat je er bijna niet naast durft te rijden. In kleine winkeltjes wordt alle ruimte benut; producten worden bijna tot aan het plafond opgestapeld. En momenteel is het meloenen-tijd, overal kun je langs de kant van de wegen meloenen kopen, en niet zomaar meloenen, nee reusachtige watermeloenen, die soms tot wel 2 meter hoog opgestapeld staan.


Nadat we onze vitamines hadden ingeslagen, hebben we de snelweg gepakt via Casablanca en Rabat naar Meknes. Toen we onderweg bij een tankstation vlakbij Rabat even wat wilden gaan drinken, kwamen we stomtoevallig Moustafa en zijn vriend tegen. We hebben hen 20 mei gezien bij de grensovergang Ceuta-Marokko. Moustafa had toen zijn mobiele telefoonnummer aan ons gegeven voor als we hulp nodig zouden hebben. Toen we naar hen toeliepen, kregen we allebei dikke kussen en een omhelzing, en mochten aanschuiven voor een kopje thee. Ze waren helemaal enthousiast ons weer te zien, en vroegen naar onze belevenissen. Zij hadden familie in Casablanca bezocht, en waren weer op de terugweg naar Nederland. Na even bijgepraat te hebben, zijn we ieder weer onze weg gegaan, wij naar Meknes, om daarna af te zakken naar Ifrane.

Ifrane is een Alpine-stijl dorpje en ligt in een prachtig bosrijk gebied in de Midden-Atlas. Het regende pijpenstelen toen we er einde van de middag aankwamen. Aan de Boulevard Mohammed V zou een camping gelegen zijn. We moesten er wel een beetje om lachen, want in iedere stad of dorp is wel een grote straat of doorgaande weg met de naam Boulevard Mohammed V of Avenue Hassan II, het kan niet missen! Enfin, de camping die we er vonden was open, tenminste, de slagbomen stonden open. Maar wat zag het er vreselijk uit; een terrein met metershoog onkruid, 2 smerige donkere en vervallen sanitairgebouwen zonder water en licht, de receptiedeur was gesloten en er waren geen gasten te bekennen. Logisch natuurlijk. Net voordat we weg wilde rijden, kwam er een klein vrouwtje uit een kelder van het huis wat naast de camping stond. Er was dus toch leven. Het vrouwtje gaf aan dat we er prima konden kamperen, voor maar 70 dirham. Nou, daarvoor hebben we vriendelijk bedankt.


Door gegaan naar Azrou, hopend op beter weer en een betere camping. Omdat we meer de hoogte in gingen waren er ook steeds vaker borden en (open) slagbomen aan de weg te zien, met daarop ‘Barrière de neige’. Het schijnt hier volgens de bewoners heel heftig te sneeuwen. Vlak voor het plaatsje Azrou, stopte het met regenen en troffen we direct langs de weg een camping. Er kwam een vriendelijke Engelssprekende Marokkaan naar ons toe om ons welkom te heten. Tussen een aantal kersenbomen mochten we de auto parkeren, een mooie plaats met uitzicht op de bergen. Meteen de daktent uitgeklapt, want de paarse luchten die kwamen aandrijven zagen er veelbelovend uit. En inderdaad, het duurde niet lang voordat het hard begon te waaien en stortregenen. Koken en buiten zitten werd te nat, zelfs onder het dikke bladerendak van de kersenbomen. Tussen de buien door hebben we snel wat eten gemaakt en daarna in de auto opgegeten, kan ook gezellig zijn! De hele avond en nacht heeft het geregend, maar de volgende ochtend vroeg scheen de zon en was alles alweer droog voor vertrek.

30 mei. De campingeigenaar vertelde ons dat er op 10 minuten afstand , in ‘Foret de Cedres’ een 800 jaar oude boom staat waar Barbary-apen in rondhangen. Dus zijn we daar ’s morgens gaan kijken. Midden in het bos stond daar dé boom, gigantisch hoog maar zonder apen erin. Die waren verderop aan het rondhangen bij de stalletjes waar ze fossielen verkopen, afkomstig uit de bergen. Het stelde niet zoveel voor, maar leuk om even gezien te hebben.



We wilden deze dag proberen om naar de woestijn te rijden, bij Merzouga. Om daar te komen moet je door een deel van de Hoge Atlas. Richting Midelt reden we hoger en hoger, totdat de bomen achter ons bleven, en we in een heel vlak gebied belandden, met knalgroen gras, zo groen dat het bijna nep lijkt, en allerlei soorten bloemen, een fleurig geheel. Af en toe leek het zelfs of er een laag sneeuw lag, maar toen we bij zo’n witte vlakte uit de auto stapten om het van dichtbij te bekijken, bleken het duizenden kleine witte bloemetjes die in een laagje water groeien.

In Midelt hebben we gezellig tussen wat oude Marokkaanse mannetjes bij een cafeetje wat gegeten en gedronken. Een van de mannetjes schoof bij ons aan tafel en showde een mapje met foto’s van een camping in Merzouga. Deze camping wordt gerund door familie van hem en is volgens hem dé plek om naartoe te gaan. In ene verdween hij, en even later stond hij weer voor ons, en toverde een visitekaartje van de camping tevoorschijn waarop hij de route er naartoe uittekende. Wat een service toch, ook al hadden we er niet om gevraagd.

Door de Hoge Atlas rijden was prachtig, reusachtige bergen, rotsen, kleine roodgekleurde huisjes, haarspeldbochten, tunneltjes, riviertjes en veel oases met palmbomen. De bergen weer uit, en het werd heet en stoffig. Zo nu en dan zagen we zand en takjes de lucht in gezogen worden, er waren verschillende wervelwindjes te zien. Via Errachidia zijn we weer naar Erfoud gereden. In Erfoud konden we kiezen; of via een piste direct naar Merzouga of via Rissani over een geasfalteerde weg. Aangezien het al laat werd en we niet wisten hoe zwaar de piste zou zijn hebben we voor de asfaltweg gekozen. De bergen achter ons, en voor ons en opzij alleen maar zandvlakten. Het waaide er flink. De mensen buiten liepen voorovergebogen met doeken om hoofd en mond, want anders was het echt zandhappen. We zagen dromedarissen rondlopen en in de verte, tussen de wolken stof en zand kwamen de roodbruine zandduinen in zicht, daar gingen we naartoe, het begin van de Sahara.


We kozen ondanks het advies van het mannetje die middag, voor een andere auberge/camping. Net voor Merzouga zijn we afgeslagen naar Hassi Labied, dit plaatsje ligt ook aan de rand van de zandduinen. In Auberge/Camping Sahara werden we gastvrij ontvangen met een kopje hoog geschonken muntthee door de eigenaar. Via meneer hebben we voor de ochtend erop een dromedaristocht voor de zonsopgang geregeld, dat leek ons wel wat. Ja, het was zandhappen, maar we hadden toch wel een geweldige mooie kampeerplaats, tussen de nomadententen en palmbomen, en meteen achter de auto de zandduinen. Volgens de campingeigenaar zou de wind gaan liggen in de avond, en dat klopte gelukkig. Het is hier ’s avonds zo helder, we zijn voor we naar bed gingen nog even de zandduin achter de camping opgeklommen, en hebben heerlijk op onze rug in het warme zand liggen kijken naar de sterren.


Zondag 31 mei. Om 03.30 uur ging de wekker, want om 04.00 uur stond een berberman met dromedarissen klaar naast onze camping. Er lagen 4 dromedarissen in een rij, 2 voor ons en 2 voor Duitse gasten die naast ons op de camping stonden. Toen we ‘opgestegen’ waren, schommelden we in een rij de zandduinen in, met de berberman voorop, op zijn slippers. Het begon langzaamaan al wat lichter te worden en wat was het vreselijk stil om ons heen. We zagen verderop al meer grote zandduinen opdoemen. Halverwege onze tocht kwam een 2e berberman met een grote tas ons vergezellen, en maakte een praatje met onze berberman. Wat zou er toch in die tas zitten…

Het bestijgen van een duin op een dromedaris is toch wel bijzonder, maar het afdalen des te meer. Vooral als je dromedaris niet netjes in de rij blijft lopen, maar eigenwijs naast de rest én naast de strakke lijn boven op de duin gaat lopen! Maar, eigenwijs of niet, mijn dromedaris bracht mij evengoed netjes samen met de anderen naar de plaats waar we moesten zijn. Want na 3 kwartier waren we aangekomen bij een enorme hoge zandduin. We mochten afstappen en de dromedarissen bleven daar liggen samen met onze schoenen. Volgens de berbermannen konden we de duin het beste blootsvoets beklimmen. Eenmaal boven aangekomen, hadden we een prachtig uitzicht op de duinen om ons heen, en de kleine dorpjes ver achter ons. Wat een belevenis om zo aan de rand van de Sahara de zon op te zien komen. Zodra de zon boven de duinen verscheen, zag alles er nog veel mooier uit; de kleuren van de duinen, de contouren en de schaduwen. Naar beneden, de duin af ging snel. Tom sprong in 3 grote sprongen naar beneden. En een van de berbermannen vond het grappig om mij aan mijn been vast te pakken, en sleepte me achter zich aan. Beneden aan de duin lagen onze dromedarissen nog steeds herkauwend op ons te wachten.

De schoenen opgeknoopt en met blote voeten weer opgestegen. Lekker zacht en warm om zo’n dromedarisbuik. Zo liepen we met z’n allen terug naar de camping. Daar aangekomen maakte de 2e berberman zijn tas open en begon zijn handeltje op het zand voor ons neer te leggen. Uit krantenpapier frutselde hij stenen dromedarisjes en fossielen. Ja, en natuurlijk hebben ook wij ons laten verleiden tot de aankoop van een mooi zwart stenen dromedarisje als aandenken aan ons Saharabezoek.
Terug op de camping hebben we ontbeten. Het was nog vroeg, en niet zo erg warm, ideaal om weer op pad te gaan. We zijn weer terug omhoog gereden naar Erfoud, ditmaal via de piste. De eigenaar van de camping had voor ons uitgetekend waar de piste begint en welke aanknopingspunten we kunnen gebruiken voor de route naar Erfoud, want pistes worden niet met borden aangegeven. Het viel reuze mee, af en toe wat mul zand, maar grote delen stenen en wasbordweg.



Vanaf Erfoud zijn we doorgereden richting Tinerhir. Niet zo’n interessante route vonden wij, een beetje een saai en kaal landschap. Net voor Tinerhir gingen we weer omhoog de bergen in, en na een aantal kronkelwegen kwamen we aan het begin van de Gorge du Todra, een enorme kloof in het Hoge Atlasgebergte. Het eerste gedeelte van de kloof is vrij breed, met langs de randen van de bergen tientallen roodgekleurde kasbahs, en in het dal grote oases. Verderop in de gorge werd het nauwer. Beneden naast de weg loopt een riviertje waar mensen aan het zwemmen waren, en kleding en grote tapijten aan het wassen waren.

Nadat we de gorge bekeken hadden, zijn we terug naar het begin gereden, daar was een leuke camping met plaatsen tussen de fruitbomen, erg mooi. We waren niet de enige Nederlanders daar, een caravan-club streek naast ons neer op de camping. Nederlanders onder elkaar, gezellig hoor. Her en der een praatje gemaakt en we mochten zelfs een centrifuge lenen, die de club helemaal vanuit Nederland had meegesjouwd. De was is tijdens deze vakantie nog nooit zo snel droog geweest, bedankt caravan-club!

zaterdag 6 juni 2009

Marokko - Marrakech, Tiznit en Agadir


Ssalamu’lekum! Na onze geweldige medina tour in Fès zijn we vrijdag d 22e lekker simpel en snel via de tolweg naar Marrakech gereden. Daar hebben we 2 nachten op camping Le Relais de Marrakech gestaan, om de was te doen, de auto even na te kijken, én om een beetje te relaxen.
Zondag 24 mei, op naar Tiznit, een mooie plek als tussenstop voordat we de Western Sahara in gaan. De N-weg van Marrakech naar Agadir loopt voor en groot deel door de bergen, de uitlopers van de Atlas. Het landschap ziet er best mooi uit, met bruin-, rood-, en geeltinten. Ook al is het er droog, je ziet en ruikt langs de kant van de weg enorme bremstruiken. Er groeien hier ook veel olijfbomen, en arganbomen, en zo nu en dan zie je groepjes palmbomen langs de watertjes in een van de kloven van het gebergte.


Aan het einde van de middag kwamen we aan in Tiznit. Leuk om hier zoveel Land Rovers te zien rondrijden, de meeste zijn wit, maar de Land Rover-sleepwagens zien er daarentegen erg vrolijk uit.
In de Lonely Planet stond dat er een camping midden in het stadje zou zijn, en jahoor, aan een grote straat met wat winkeltjes en een groot hotel, was daar Camping Municipal International, een soort ommuurde parkeerplaats met wat campers. Goed genoeg, het is toch maar voor een nachtje, dachten we zo. Ik ben naar de receptie gelopen om ons te registreren. Je moet in Marokko bij iedere camping een registratieformulier invullen, waarop o.a. je volgende doel, je reisrichting. Ik had netjes Mali ingevuld. Maar toen meneer dat las, vroeg hij me direct met een zeer ernstig gezicht of we al wel de visa voor Mauretanië hadden geregeld. Nee, dat hadden we niet, want we hadden net voor vertrek vernomen van andere reizigers (die dezelfde route hadden gereden), dat we net als 2 jaar geleden, de visa aan de grens konden kopen, dus dat legde ik hem uit. Als reactie schudde meneer heftig met zijn hoofd, “No, no, c’est impossible!” en daar achteraan een snelle en lange Franse uitleg met Marokkaans accent die ik totaal niet begreep. Na 2 pogingen tot begrijpen, ben ik naar een van de Belgische campers gelopen, in de hoop dat een deze gasten Nederlands en Frans spreekt om de uitleg van de receptionist te vertalen. Gelukkig wilde een vriendelijke Belgische mevrouw wel even meelopen. De receptionist moest lachen toen weer bij hem aan zijn receptiebalie langs kwam, ditmaal met mijn ‘tolk’, en hij deed nogmaals zijn verhaal aan de Belgische dame. Wat bleek nou; hij had van verschillende reizigers gehoord dat ze bij de grens van Mauretanië zijn weggestuurd, omdat daar sinds een week geen visa meer worden verstrekt. Zij moesten terug naar Rabat om daar een visumaanvraag in te dienen… Poeh, dat was geen goed nieuws, dus meteen op onderzoek uit gegaan.

In het 4 sterren hotel vlakbij, konden we een wifi-code kopen. We hebben ons deze avond dan ook heel decadent in een zitje van de zeer chique hal van het hotel geïnstalleerd en vervolgens met ons laptopje geïnternet. Het was even zoeken, maar uiteindelijk vonden we op een Frans reizigersforum zo’n 10 berichten over het niet meer kunnen kopen van visa aan de grens. Niemand kon vertellen wat de precieze reden is, maar men vermoedt dat Mauretanië heel voorzichtig is nu het toerisme daar slecht gaat, en de toeristen nu op afstand houdt wegens de aankomende verkiezingen op 30 mei. We hebben voor de zekerheid de telefoonnummers van de Nederlandse Ambassade in Rabat en het consulaat in Nouakchott opgezocht, wellicht dat zij ons maandagmorgen meer informatie zouden kunnen geven. Diep van binnen wisten we dat de ambassades waarschijnlijk niet veel meer zouden kunnen vertellen. Een bevredigend antwoord was niet echt te verwachten, aangezien de verhalen op het Franse forum duidelijk genoeg waren. Realistisch gezien zouden we het ook nooit gaan redden qua tijd, als we weer terug zouden moeten naar Rabat om de visa aan te vragen. Tiznit-Rabat is ongeveer 1,5 dag rijden, en dan nog weer 1,5 dag terug, en vervolgens moet je nog rekenen op 1 à 2 dagen om je visa aan te vragen. Om dan nog op tijd in Bamako aan te komen, zouden we alle resterende dagen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat moeten doorrijden, én dan zou er ook niets meer mogen tegenzitten.

Maandagmorgen 25 mei; toch maar even gebeld met de Nederlandse Ambassade in Rabat, want het consulaat in Nouakchott nam niet op. Bij deze ambassade was niets bekend, maar ze gaven ons het telefoonnummer van ene Harry van de Nederlandse Ambassade in Dakar. Hij kon ons vervolgens bevestigen wat we al wisten. Het enige nieuws was, dat volgens hem de visa in Casablanca moeten worden aangevraagd, en dat een aanvraag minstens 2 werkdagen zal duren. We hadden het al een zien aankomen en hadden het al zo’n beetje besloten en besproken ook met Toms vader, maar nu was het besluit definitief: we gaan NIET naar Mauretanië en Mali. We vinden het echt heel jammer, en balen er flink van, we hadden er zo naar uitgekeken om deze route te gaan doen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor Nico en Rob. Maar…we mogen niet klagen, Marokko is een prachtig land, en we hebben nog lang niet alles gezien, dus we gaan ons hier de komende dagen nog zeker vermaken!

Dinsdag 26 mei. Nu we in Marokko blijven, hebben we de kaart en Lonely Planet maar weer eens flink doorgespit en een leuke nieuwe route uitgestippeld. Het wordt; Agadir, Casablanca, Meknes, en dan door de Hoge Atlas richting de woestijn. Vervolgens via Tinerhir (Gorge du Dades) en de Route du Kasbah, via Ouarzazate naar Marrakech om daarna terug te rijden naar Agadir. Vanuit Agadir zullen we zondag 7 juni weer naar Nederland vliegen.

Vanuit Tiznit zijn we naar de badplaats Agadir gereden. Daar hebben we heerlijk de hele middag op een terras in de zon gezeten, met uitzicht op het strand en de zee. Het is in Agadir behoorlijk toeristisch, een soort Lloret de Mar, we zijn er in ieder geval niet de enige Europeanen! We spraken op hetzelfde terras een Nederlands echtpaar. Zij hadden zojuist een 12-daagse busrondreis gedaan. Ze vonden het erg mooi, maar erg vermoeiend en de busritten waren ietwat spannend…ja, als je de buschauffeurs hier ziet rijden… Zij waren ook op plaatsen geweest welke wij in onze tour hebben bedacht. De Hoge Atlas, de woestijn en de Gorge du Dades schijnen prachtig te zijn, dus dat is fijn om te horen. De camping in Agadir zelf bleek helaas gesloten, dus zijn we ’s middags verder omhoog gereden langs de kust. Ongeveer 25 km boven Agadir troffen we een leuke camping, aan de rand van de bergen én met zwembad. We hebben daar 2 nachten geboekt, om daarna weer verder te rijden naar boven, naar Casablanca.

maandag 25 mei 2009

Door Afrika 2009 - Marokko - Fes

De 21e zijn we ’s morgens vroeg naar de medina in Chefchaouen geweest. We hebben de auto vlakbij de ingang van de medina geparkeerd, en meteen op onze GPS het waypoint genoteerd. Medina’s zijn een grote wirwar van smalle steegjes en straatjes, een plek waar je makkelijk de weg kwijt kan raken. In de medina waren vrij veel deurtjes gesloten, waarachter de kleine winkeltjes gevestigd zijn. Evengoed hebben we er even doorheen gewandeld, want in de ochtendzon zagen de blauwgeschilderde steegjes er weer prachtig uit. Na een kopje echte Marokkaanse muntthee en koffie zijn we weer naar de auto terug gegaan. Daar stond een ‘bewaker’ naast. Deze oude man in smoezelige Djellaba en met nog 4,5 tand vertelde dat hij op onze auto had gepast. Het was wel een vriendelijk manneke, dus hebben we hem wat dirhams gegeven voor zijn service. Hij was er helemaal blij mee, en toen we waren ingestapt in de auto, begon hij spontaan voor Toms raam een lied te zingen, in het Arabisch. Toen de man uitgezongen was, probeerden we de straat uit te rijden. Maar bij het kruispunt konden we niet verder, helaas, in het midden stond een man driftig zijn schaap over het kruispunt te trekken aan een touw, alleen had het schaap geen zin,hij bleef stokstijf staan… Komt er vervolgens nóg en man met een schaap aan een touw de weg oversteken, en gaat recht voor de neus van onze auto met de andere man een praatje staan maken! Ach het is en blijft grappig dit soort situaties, ze komen regelmatig voor en we kunnen er wel om lachen. Gewoon een beetje geduld hebben en na wat toeteren en gabaren kom je er uiteindelijk wel een keer langs hoor.



Ons volgende doel; Fès. Toen we ’s middags de stad binnenreden, op zoek naar Camping International, kwam er een Marokkaan op z’n brommertje naast ons rijden, hij vroeg waar we heen wilden, want hij zou ons wel voorgaan met de brommer om ons de weg te wijzen. En zo volgden wij Abdul op zijn brommertje naar de camping. Vlak voor de camping sprong er nog even en vriend bij Abdul achterop. Aangekomen op de camping vertelde de receptionist Hamid, dat de jongens wel te vertrouwen zijn, ze zijn geen officiële gidsen in Fès, maar leiden daar wel vaker toeristen rond. Dus hebben we een nacht op de camping geboekt, de auto geïnstalleerd en met Abdul afgesproken, dat we met zijn vriend Idriss, die ook Engels spreekt, die avond een rondleiding door de medina krijgen.

Om half 5 stond Idriss voor de poort van de camping. Hij regelde een taxi, en we reden daarmee met z’n 3en naar het deel van de stad waar de oude aardewerkfabriek staat. Daar aangekomen werden we verwelkomd door een meneer die ons de fabriek zou showen, en Idriss zou netjes op ons wachten bij de ingang. De man die ons rondleidde vertelde ons over hoe de aardewerken Tajines, mozaïektegels, potten en nog vele andere aardewerken spulletjes worden gemaakt. We mochten de ovens bekijken waarin het aardewerk wordt gebakken, het maken van de tajines en potten, het lokaal waar het aardewerk met de hand wordt beschilderd, en een hal waar de mozaïeksteentjes op maat worden gemaakt en hoe ze de prachtige mozaïeken fonteinen en omlijstingen voor bijvoorbeeld spiegels maken. Alles wordt hier met de hand gemaakt, wat een priegelwerk.

Na de tour in de aardewerkfabriek hebben zijn we samen met Idriss naar de ingang van de medina in het oude Fès gelopen. Daar begon toch wel een hele bijzondere avond. Wat een indrukken zeg! Idriss wist ons toch best veel te vertellen over de stad, de medina. Hij heeft ons door tientallen steegjes en straatjes begeleidt, waar tussen de mensenmassa’s regelmatig geschreeuwd werd dat je aan de kant moest gaan, want als je met je rug tegen zo’n muur van steegje ging staan, kon er net een pakezel langs. We hebben de plaats gezien waar de mensen kleding en kleden kleuren in kleurstofbaden, we hebben de moskeen bewonderd vanaf de zijingangen, we hebben een rondleiding gehad in een winkeltjes waar ze leren schoenen en tassen verkopen, en vanaf het dak een prachtig uitzicht mogen zien op de kleurbaden beneden. We hebben een ouderwets apotheekje bezocht, en daar uitleg over kruiden en geuren gekregen, en ook zijn we in een bakkerijtje geweest, een Koranschooltje, een werkplaats waar ze leer kleuren, een winkel waar ze spullen maken als banken voor en bruidspaar waarop ze moeten zitten tijdens de bruiloft, en nog veel meer. Op straat was er overal nougat te koop, verse munt, allerlei, schoenen, sieraden, sjaals, fruit, groente, vlees en ook bosjes afgehakte geitenpootjes en geitenhoofdjes, dat zag er vreselijk uit, maar volgens Idriss eten de mensen dat hier ’s morgens als ontbijt… Na onze tour heeft Idriss ons netjes bij een taxi gebracht die ons naar de camping bracht, en hij heeft nog even zijn nummer achtergelaten, voor als Toms vader en vriend ook een tourtje wil. Voor ons was het in ieder geval een onvergetelijke avond!

Door Afrika 2009 - Marokko - Chefchaouen

De 20e zijn we ’s morgens rond 8.00uur vertrokken richting Algeciras. Het was toch best wel weer spannend om de oversteek te gaan maken en de grens naar Marokko over te gaan, ook al is het niet meer nieuw voor ons. Onderweg zagen we her en der borden langs de kant van de weg waar je boottickets voor Marokko kan kopen. Dus besloten we deze keer de tickets bij en kantoortje aan de rand van een tankstation te kopen. Helaas spreken veel Spanjaarden geen Engels of Frans..het kostte dan ook enig handen en voeten werk…maar als resultaat: tickets voor de boot naar Ceuta om 10.00uur voor nog een mooie prijs ook.

Aangekomen op het haventerrein kwamen we in de rij voor de boot een Duits stel tegen van 80 jaar oud. Zij gingen met hun camper voor de 10e keer naar Marokko op vakantie. Achterop hun camper waren een stel fietsen geknoopt, die zouden ze bij een Marokkaanse familie langsbrengen, die ze al en paar jaar kennen. Leuk om hun verhalen te horen en hoe enthousiast ze zijn, het is toch fantastisch als je zo oud bent en nog zo kan reizen en genieten samen.

Op de boot was het vrij rustig. Dat gaf wel een goed gevoel, want dan zou het bij de grens ook wel eens rustig kunnen zijn. Na ruim een half uur schommelen op de ferry van Balearia konden we aan wal in de Spaanse enclave Ceuta, en kwamen we na een kwartier rijden bij de Marokkaanse grens. En ons gevoel was juist, het was er niet zo druk, zelfs niet zo rommelig als in 2007. We werden maar 1 keer aangeklampt door een mannetje, die ons voor geld wel even zou helpen met alle papierhandel. We dachten het prima zelf te kunnen regelen met onze Afrika ervaring, dus toen het mannetje ons riep dat we met hem mee moesten naar de medische post, hebben we hem vriendelijk bedankt voor zijn diensten. Alleen bleek later, dat hij toch wel gelijk had, want toen we met onze paspoorten bij het loket van de politie aan kwamen, werden we direct doorgestuurd naar de medische post…vreemd, want dat hebben we nooit eerder meegemaakt. Meteen hebben we onze gele boekjes te voorschijn gehaald om aan te tonen dat we echt wel alle benodigde vaccinaties hebben gehad. Maar toen werd pas duidelijk waar het om ging…er was grote angst voor de Mexicaanse griep. We werden verzocht in een rij aan te sluiten, om vervolgens 1 voor 1 dor een soort tunneltje te lopen welke je temperatuur meet. Aan het einde van het tunneltje stond een vriendelijk lachende Marokkaan in witte doktersjas te gebaren of je door mocht lopen of niet. Gelukkig stak meneer zijn duim omhoog toen wij door het tunneltje kwamen…en konden we weer verder met de rest; onze persoonsgegevens registreren bij de politie en de auto registreren bij het douanekantoortje. We werden tussendoor nog even aangesproken door een Nederlandssprekende Marokkaan, genaamd Moustafa, na gezellig en praatje te hebben gemaakt over onze reisplannen, heeft hij ons zijn telefoonnummer gegeven, hij ging familie opzoeken in Casablanca, dus mochten we hem ergens voor nodig hebben…toch erg aardig van hem. Na een uur waren we ongeveer klaar met alle zaken bij de grens, ondanks de griep-controle waren we verbaasd hoe soepel het allemaal ging.

In Marokko aangekomen, zagen we dat er in de afgelopen 2 jaar flink is gewerkt; de weg richting Tetouan en de rotondes zijn enorm opgeknapt. De perken zijn netjes gemaakt met mooie planten en bloemen, en er staan sierlijke straatlantaarns. En je kunt tegenwoordig zelfs via een snelweg van Tetouan naar het zuiden. Wij hadden ons voorgenomen om nog eens terug te gaan naar Chefchaouen, waar een leuke camping is en daar vlakbij een sprookjesachtige medina. Na nog even luxe wat boodschappen te hebben gedaan bij de ‘Marjane’ (vergelijkbaar met een Franse ‘Le Clerc’) en wat euro’s te hebben gewisseld voor dirhams, zijn we de bergen achter Tetouan ingereden richting Chefchaouen.

We hadden op de kaart een leuke gele regionale weg gezien, dat leek ons wel wat. En het bleek een echte Afrikaanse regionale weg; zigzaggend om wat potholes reden we dwars door kleine dorpjes de bergen in. Onderweg zwaaiden kindjes naar ons, en volwassenen die op hun ezels bossen takken aan het vervoeren waren knikten vriendelijk. Het was oppassen, want op de weg liepen regelmatig kuddes geiten, schapen, en ook kippen en honden. De ezel was hier trouwens hét vervoermiddel, auto’s zagen we hier bijna niet. Later bleek ook waarom…na een prachtige route tot ongeveer 1200m hoog, kwamen we bij een soort ommuurd station met zendmasten uit, een doodlopende weg! Gelukkig liep er een jongen rond die ons de weg wel kon vertellen; helemaal terug…tot aan Tetouan. Ach, bergafwaarts gaat altijd beter dan berg op. Weer aangekomen bij het begin van deze weg, zijn we ditmaal via de N13 naar Chefchaouen gereden, ook een mooie route hoor. In het voorjaar is hier alles groen, alles staat in bloei, en langs de kant van de weg kun je nu allerlei soorten fruit en olijven en dadels kopen, verser kan het niet. Vanwege het tijdverschil tussen Spanje en Marokko hadden we deze dag 2 uur extra. Dat was best fijn, aangezien onze d-tour bijna 2 uur extra tijd had gekost. Halverwege de middag zijn we op Camping Azilan in Chefchaouen neergestreken, en hebben daar heerlijk geluierd onder de bomen in de schaduw tot zonsondergang.

Door Afrika 2009 - Europa


Wat heerlijk om weer naar Afrika te gaan! Na een paar maanden voorbereiden, zijn we 15 mei dan eindelijk vertrokken, met een volgeladen Land Rover en vol goeie zin! Ons plan was om dinsdag de 19e de oversteek nar Marokko te maken. Aangezien het vanaf Zuid-Frankrijk prachtig weer bleek, zijn we niet iedere dag tot ’s avonds laat doorgereden, maar tot in de middag, om nog lekker van de zon te kunnen genieten.


Vanaf dag 1 hebben we gezellig op campings gestaan. Heerlijk iedere dag buiten eten en wat is weer oud en vertrouwd om in ons daktentje te slapen, wat zijn we blij dat we hem na de vorige reis niet hebben verkocht! We hebben in Frankrijk 2 nachten gekampeerd en daarna nog 2 nachten in Spanje. De laatste nacht stonden we op een leuke camping aan de Costa del Sol, op ongeveer een uur rijden vanaf Algeciras. Op de camping hebben we de kaarten van Europa terug in de krat gedaan, en de kaarten en boeken van Marokko te voorschijn getoverd. Nog wat laatste boodschapjes gedaan, en zo waren we wel klaar voor de oversteek.

vrijdag 15 mei 2009

Weer op weg

Na een geweldige reis in 2007, gaan we ook in 2009 weer op avontuur door Afrika.
In ruim 3 weken zullen we met onze Land Rover vanuit Alphen aan den Rijn naar Mali rijden.

16 mei vertrekken we vanuit Alphen aan den Rijn naar het zonnige zuiden. We hopen in het begin van week 21 de oversteek van Spanje naar Marokko te maken. Van Marokko hebben we tijdens de vorige reis door alle ‘haast’ niet zoveel gezien, terwijl het zo’n prachtig land is. Dat gaan we deze keer dus goed maken. Eind mei rijden we via Western Sahara naar Mauretanië, en vervolgens in een paar dagen naar Mali. 5 juni vliegen Toms vader en vriend Rob naar Bamako. Daar zullen wij gezellig samen een paar dagen doorbrengen én onze reisverhalen bespreken. Wij vliegen dan 8 juni terug naar Nederland, want vanaf Bamako nemen Nico en Rob het over; zij rijden dan de Land Rover terug naar Nederland.

vrijdag 22 augustus 2008

Land Rover 90







donderdag 12 juli 2007

Naar huis…

Nogmaals een paar dagen gezellig met Toms broer en gezin in Kaapstad doorgebracht, en vandaag, 12 juli is dan écht onze laatste dag in Afrika...

Ook al is het jammer dat deze geweldige reis is afgelopen, we hebben nu toch wel erg veel zin om naar huis te gaan en onze familie en vrienden na 5 maanden weer te zien.

Bij deze willen we jullie, onze trouwe websitelezers, enorm bedanken voor het volgen van onze Afrika-verhalen én ook allemaal: onwijs bedankt voor alle super leuke en lieve reacties!!!

Tot ziens in Nederland!

Liefs Tom en Lau

Zuid-Afrika en Namibië

In Zuid-Afrika aangekomen, hebben we gezellig bij Toms broer Joep en gezin in Kaapstad gelogeerd, erg leuk om ze na lange tijd weer te zien!

We hadden al bedacht dat we een auto wilden huren, om Namibië nog te kunnen zien. Het is dan wel “verkeerd om” voor ons gevoel, om van Kaapstad weer omhoog naar Namibië te rijden, maar dan hebben we tóch onze reis, op Angola na, over land afgelegd.

Vanaf de 27e hebben we een auto gehuurd. Eigenlijk hadden we gehoopt een 4WD auto met daktent te huren, om een beetje op dezelfde manier verder te reizen. Maar helaas, die waren allemaal al weg; het is vakantie voor de Zuid Afrikanen, en die zijn blijkbaar dol op kamperen en 4x4 rijden. Dus werd het een kampeerbusje. Wat een overgang, van onze stoere Nissan Patrol, 4x4 met daktent, naar een truttig en suf Mercedes Vito busje (2WD) waarop met grote letters staat: “Maui Car Rental Services”. We voelden ons net een stel bejaarde toeristen in plaats van overlandreizigers. Maar, aangezien we bijna alle kampeerspullen in DRC hebben moeten achterlaten, was dit busje erg handig; alles wat we nodig hadden om te kamperen zat er in. En met de koude nachten was het toch ook best lekker om binnen in het busje te kunnen slapen.

Voor dat we weg gingen, hadden we boodschappen gedaan in een grote supermarkt, we hadden een mega koelbox in het busje, dus daar moesten we dan maar meteen gebruik van maken! Uitgebreid dingen gekocht die we de afgelopen maanden hebben gemist, zoals boterhammen ipv taaie zanderige stokbroden en na 4 maanden lachende koe op brood (La Vache Qui Rit, wie kent em nie)… eindelijk weer eens andere soorten beleg, én niet te vergeten…vlees voor een braai!

Via de westkust van Zuid-Afrika naar Namibië, een mooie geasfalteerde route met veel bergen, rotsen, riviertjes en meertjes. Het links rijden wende gelukkig ook weer snel. Begin van de avond kwamen we bij de grensovergang aan in Vioolsdrift. Even de auto registreren, formulieren invullen met persoonsgegevens, stempels in de paspoorten en binnen 10 minuten waren we Zuid-Afrika uit. Het binnengaan van Namibië bij Noordoewer was in principe net zo makkelijk. Alleen dachten wij, na onze fijne DRC-ervaringen, dat we weer eens Afrikaans opgelicht werden; we moesten namelijk voor het gebruik van de Namibische wegen betalen. Daar hadden wij niets over gehoord, en Maui had ons verzekerd dat alles voor de grensovergang voor de auto al was geregeld en betaald… We hadden niet genoeg geld bij ons, en moesten op zoek naar een bank. We kregen het bonnetje voor het weggebruik wel mee, en we dachten stiekem “Zullen we gewoon niet betalen en niet meer terugkomen?” Wij de grenspost verlaten en bij een pinautomaat in een winkeltje vlakbij wat geld opgenomen. Aan het personeel vroegen we of zij bekend zijn met het betalen voor het gebruik van de wegen. Toch maar goed dat we dat gedaan hadden, het blijkt dat alles in Namibië in een computersysteem geregistreerd wordt, en agenten je bij ieder roadblock kunnen vragen naar dat papiertje, en ook bij het verlaten van Namibië dien je het papiertje te tonen. Als je dan niet betaald blijkt te hebben, heb je een groot probleem. Dus toch maar teruggegaan naar de grenspost en betaald.

De eerste nacht hebben we op een camping in Noordoewer gestaan. We hadden in ons hoofd om de volgende dag vroeg op te staan en naar Windhoek te rijden, want we hadden maar 2 weken om Namibië te zien, en Namibië is een land met grote afstanden. Toen we de volgende ochtend wakker werden in ons busje, en we de gordijntjes open deden, bleek dat we een geweldig uitzicht hadden. De avond ervoor was het donker toen we aankwamen, geen idee dat we naast de Orange River stonden en op de bergen uitkeken. Het was er zo heerlijk rustig, dat we besloten nog een nacht te blijven, konden we meteen ook ons DRC-verhaal voor de website schrijven. Op de camping stonden aardig wat Zuid-Afrikanen, allemaal met dikke 4WD auto’s met daktent en de meest luxe outdoor spullen. Grappig dat in de afgelopen landen en in Europa een daktent iets heel speciaals is, hier in Namibië is het heel normaal om met de hele familie te kamperen, er stonden zelfs auto’s met 2 daktenten erop, of complete aanhangers waar daktenten opgebouwd waren.

Na een dagje relaxen in Noordoewer zijn we vrijdag de 29e naar de hoofdstad Windhoek gereden. Onderweg zagen we overal rockdassies, een soort groot uitgevallen grijze cavia’s. Deze schattige beestjes lagen heerlijk te zonnen op de rotsen langs de weg. Alleen hadden een aantal rockdassies blijkbaar het plan aan de andere kant van de weg te gaan zonnen, maar waren niet snel genoeg…platte asfaltdassies.

Eind van de middag kwamen we in Windhoek aan, waar we Paul (reisgenoot Kameroen, Gabon, Kongo) hebben opgezocht. We hebben in hetzelfde backpackershotel overnacht, en gezellig bij gekletst over zijn Angola en Namibië ervaringen en ons avontuur in DRC.

Zaterdag bedacht dat we naar Etosha National Park zouden rijden, om daar op een camping binnen de poorten van het park te kamperen. Maar toen we daar aankwamen, bleken alle 3 de restcamps al vol te zijn; we hadden moeten reserveren ivm vakantieperiode voor de Zuid-Afrikanen. Een camping vlak buiten de poorten gezocht, en daar gestaan, om de volgende ochtend vroeg het park in te gaan.

Om 06.15 uur reden we zondagochtend het park binnen, als échte wildlife-toeristen met onze verrekijker, Wildlife in Southern Africa boek en fotocamera op schoot, klaar om de net wakker geworden beestjes te spotten. We hebben de hele dag rondgereden in Etosha, en hebben aardig wat dieren gezien. Het hoogtepunt was toch wel toen een stel hyena’s met hun prooi vlak langs ons busje kwamen lopen, en zó dicht bij, dat we voor de zekerheid onze raampjes maar hebben dichtgedaan.

’s Avonds zijn we naar een backpackershotel in Tsumeb gegaan. Daar hebben we op internet een vlucht naar huis geboekt. Wel een raar idee, 12 juli weer naar huis…de afgelopen dagen hadden we samen veel over thuis gepraat, hoe het met het huis is, hoe Toms kleine nichtje er uit zou zien na zo’n lange tijd, én we hadden ook al flink gebrainstormd over banen. Ondanks het feit dat het bijna einde van de reis was, al wel weer zin om naar huis te gaan en vooral om na 5 maanden onze familie en vrienden weer te zien.

De dag erop hebben we o.a. de Hoba Meteoriet bekeken in de achtertuin van een boerderij. Deze meteoriet van 54000 kg, is ongeveer 80000 jaar geleden op aarde neergekomen, vlakbij Grootfontein. Daarna naar Windhoek terug gegaan, om voor Tom een kapper te zoeken. Nou, we hebben er een gevonden hoor, en wat voor 1. Een hele grote hardhandige vrouw, ze sjeesde met standje 5 zo snel door Toms haren, ze zou zo mee kunnen doen aan de kampioenschappen schapen scheren op Texel!

De 3e zijn we naar Harnas Wildlife Foundation gegaan, vlakbij Gobabis en de grens met Botswana. De familie Van der Merwe heeft hier een soort farm, een gigantisch terrein met opvang voor misbruikte, zieke en weesdieren, o.a. leeuwen, cheeta’s, luipaarden, wilde honden, apen en stokstaartjes. Geweldig om hier te kamperen; we werden op ons kampeerplekje zelfs vergezeld door een loslopende zebra, die zich lekker kwam opwarmen aan onze braai.

De volgende ochtend werden we wakker van het gebrul van leeuwen, die vlak achter ons achter een hekwerk verbleven, en hebben we met een gids en een klein clubje mensen een tourtje gedaan. In een open auto, met daarachter een aanhanger, vol met grote bloederige lappen vlees, om de leeuwen, wilde honden, linxen en luipaarden te voeren. Bij de cheeta’s zijn we de hekken zelfs binnen gereden toen we ze gingen voeren. Gaaf om die beesten van zo dichtbij te zien!

Na het tourtje zijn we weer terug naar Windhoek gereden, om voor de 3e keer bij ons favoriete backpackershotel te overnachten, om de dag erna naar de Namib Desert te gaan. Onderweg nog even gestopt in Witvlei, bij een camping waar een overlandvoertuig te koop stond, een Unimog, volledig uitgerust en ingericht voor Afrikareizen. We waren gewoon nieuwsgierig en wilden zo’n ding wel eens van binnen bekijken. De eigenaar bleek ook een Nederlander, en na een praatje over zijn Namibische avonturen hebben we even een kijkje genomen in de auto, wat een bakbeest zeg! Leuk om te zien, wie weet een idee voor een volgende reis..?

Van Windhoek naar de Namib Desert, we hadden een route via de Gramsbergpas uitgekozen, een mooie route hoor, maarre…wel stofhappen op die gravelwegen! Niet ver na het bord “Tropic of Capricorn” kwamen we in Solitaire aan, om “even” te tanken. Meerdere mensen hadden dat zelfde plan, gigantische wachtrijen bij het tankstation. Allemaal Zuid-Afrikanen, op weg naar dezelfde bestemming, het plaatsje Sesriem en vanuit daar naar de woestijn en de duinen bij Sossusvlei. Na het tanken doorgereden naar Sesriem, daar is een camping binnen de poorten van Namib Naukluft Park. Alleen vanuit deze camping kun je ’s morgens de zonsopgang in de Namib Desert bekijken. Helaas was de camping vol, en hebben we uiteindelijk een mooi plekje gereserveerd op een camping die 10 km verderop lag.

Vrijdagochtend ging onze wekker al om 05.30 uur, om op tijd bij de poorten van het Nationaal Park te staan, en snel naar de duinen te kunnen rijden. Dan wel geen zonsopgang meegemaakt in de duinen, maar evengoed was het prachtig! We hebben een paar uur met groot plezier rond gebanjerd in het roodbruine zand, en genoten van de uitzichten als we sommige duinen beklommen. Alleen maar zandduinen, zover als je kan kijken, het ultieme woestijngevoel!

Na dit woestijnavontuur zijn we via Maltahöhe naar het zuiden, naar Keetmanshoop gereden. Vanuit daar de volgende dag naar Fish River Canyon gegaan, om daar te relaxen in het warme water van de Ais Ais Hotsprings.

Zondag 8 juli zijn we weer teruggegaan naar de leuke camping in Noordoewer, waar we onze 1e nacht in Namibië ook hadden gestaan, nu om daar onze laatste dag en nacht in Namibië door te brengen. Nog per kano een tocht over de Orange Rivier gemaakt, en de dag erna vroeg vertrokken; terug naar Kaapstad.

woensdag 4 juli 2007

Het zit er alweer bijna op...

We zijn nu nog heerlijk in Namibie aan het rondtouren, maar volgende week, 12 juli vliegen we vanuit Kaapstad via Londen naar Nederland. De 13e zijn we weer thuis.

Blijf de site nog even in de gaten houden, we zijn er nog niet...het Namibie+Zuid-Afrika verhaal volgt zo snel mogelijk!!!

vrijdag 29 juni 2007

DRC - Democratic Republic of Congo – deel 1

Na 2 weken in Brazzaville konden we maandag 4 juni eindelijk weer verder. Van Brazzaville naar Kinshasa, de Congo-rivier oversteken, is niet zomaar iets. We hadden van andere reizigers al gehoord dat het hectisch zou zijn op de boot en in de haven, nou… niks is minder waar, wát een belevenis!

We waren die maandagochtend al om 07.00uur op de haven in Brazzaville, om alle formaliteiten te regelen. Tussen de vele rondhangende havenmedewerkers gingen we op zoek naar de douane en gendarmerie. Het was totaal niet duidelijk welke volgorde qua registreren we moesten hanteren, iedereen vertelde ons wat anders, we werden van het kastje naar de muur gestuurd. Maar tegen 09.30 uur hadden we de havenbelasting betaald, een douanestempel gekregen én de gendarmeriestempels, zodat we door mochten naar de kaartverkoop, voor een kaartje van de boot van 12.00 uur. Toen we net de auto hadden geparkeerd, werden we teruggestuurd door een agent, we moesten een tweede stempel in onze Carnet de Passage hebben, zei hij. Hij kon ons niet uitleggen waarom, maar het moest écht! Vreemd, want bij andere grensovergangen wordt maar 1 stempel gezet. Enfin, wij terug naar het douanekantoor voor een 2e stempel. De agent ter plaatse wist eigenlijk ook niet waarom…Maar na navraag bij zijn collega’s zette hij toch een prachtige 2e stempel in de Carnet. We weten nog steeds niet waarom…in ieder geval was de agent bij de kaartverkoop tevreden.

In de haven hebben we 2 Slowaakse overlanders, Henry en Matthus, ontmoet. Zij zijn ook onderweg naar Zuid-Afrika met hun Jeep. We hebben onze auto’s geparkeerd naast het kaartenverkooppunt, een kaartje gekocht en daar gezellig samen gewacht op de boot, al kijkend naar hetgeen er om ons heen gebeurde…

Op het haventerrein liepen politieagenten te schreeuwen, al zwaaiend met een riem in de hand, om de weg bij de poort naar de boot vrij te houden. Steeds als er iemand naar hun idee in de weg liep, renden ze op de mensen af en duwden ze hen aan de kant. Het ergst was het moment dat de boot vanuit Kinshasa in de haven arriveerde. Tientallen mensen kwamen tegelijk de boot af, ze renden voor hun leven, om proberen aan de agenten te ontsnappen. Deze mensen bleken illegaal te zijn overgestoken, om proberen een beter leven te beginnen aan de andere kant van de Congo. Er werden gigantische klappen met de riem uitgedeeld, vreselijk om te zien en te horen. Henry probeerde het nog te filmen, maar dat was niet zo handig, hij werd meteen door een agent meegenomen naar het politiekantoor. Gelukkig mocht hij snel weer weg, maar hij heeft wel zijn filmpje moeten wissen.

Om 12.00 uur ging de poort naar de boot open, en werden we door een paar agenten naar onze plaats op de boot gewezen, voorin op het dek, tussen alle mensen en goederen. Wat een happening zeg, honderden mensen op elkaar gepropt, goederenkarretjes, mannen met meerdere zakken rijst op hun rug van 50 kg per stuk, oude krom lopende vrouwtjes met zware manden, moeders met huilenden kindjes, en vele gehandicapte mensen die door andere mensen op hun rug de boot op werden gedragen. En, niet te vergeten een stuk of wat agenten, die al zwaaiend met hun gummiknuppel of riem de boel onder controle probeerden te houden. We kwamen ogen tekort.

In Kinshasa aangekomen, zagen we de kogelgaten in de muren rond het haventerrein, in maart hebben hier nog flinke gevechten plaatsgevonden. Henry en Laura moesten lopend tussen de goederen en mensen de boot af, onder begeleiding van een agent, om de papierhandel in het havenkantoor te regelen. Er werd ook gevraagd om onze vaccinatieboekjes. De eerste keer dat we moesten aantonen dat we geen cholera hebben (stempel: “ cholera not indicated” ). Wij hadden dit gelukkig van te voren geregeld in Nederland, maar Henry en Matthus hadden zo’n stempel niet. Ze moesten daarom betalen aan de Hygiëne Agenten, een boete. Kijk, als je nu moet betalen om een test in het ziekenhuis te doen, om zo aan te tonen dat je echt geen cholera hebt, dan is het te begrijpen, maar nee dat was niet belangrijk voor hen, ook al heb je wel of geen cholera, je moet gewoon betalen, dan mag je verder. Wat een aparte wereld toch. En na een lange discussie werden ze alsnog zonder te betalen en zonder stempel doorgelaten...

Tom en Matthus hadden de auto’s van de boot af gereden. En toen we weer bij elkaar waren op het haventerrein na alle papierwerk, zijn we naar de mission in Kinshasa gegaan. Het was toch al te laat om door te rijden naar Matadi, onze volgende bestemming. Na 14 dagen hotel en ziekenhuis in Brazza eindelijk weer kamperen op een parkeerplaats en slapen in ons eigen vertrouwde daktentje!

De dag erna vroeg vertrokken naar Matadi, om de visa voor Angola aan de vragen. De Slowaken nemen helaas een andere route richting het zuiden; de route via Lubumbashi naar Zambia, een slechte weg met veel modder schijnt. Nou, voor ons geen optie, na de vorige Kongo kunnen wij voorlopig geen modder meer zien!!

Onderweg hoorden we een vreemd geluid onderin de auto, het kraakte wanneer we boven de 60 km per uur reden. Aangekomen in Matadi bleek dat de oliekering tussen de aandrijfas en de tussenbak was gaan lekken, dat zou het geluid kunnen veroorzaken... We verbleven bij de mission. De mensen daar wisten een paar garagejongens die ter plekke een nieuwe kering voor ons hebben geplaatst. Dit duurde iets meer dan 1 dag, dus donderdag de 7e zouden we naar Angola kunnen gaan.

De visa-aanvraag voor Angola was wel bijzonder. We moesten een brief schrijven met de reden van ons bezoek. Daarna werden we verzocht wat formulieren in te vullen, en als laatst kregen we een interview. Na uren wachten in de wachtruimte van de Ambassade, mochten we met z’n 2en in een kantoortje plaatsnemen, aan een groot bureau. Tom op de ene hoek met de visadame, en Laura op de andere hoek met een assistente. De gekste vragen werden op ons afgevuurd: “ Hoe heet de broer/zus van je vader, en van je moeder? En wat is hun adres? Wat is je achternaam? Waar woon je, en in welke provincie precies?” Ze controleerden alle antwoorden met de door ons reeds ingevulde formulieren, alsof we een examen moesten afleggen. Maar dankzij deze nutteloze vragen en antwoorden waren wij woensdag middag toch mooi eigenaar van 5daagse transitvisa.

Donderdag 7 juni vroeg op, eindelijk op weg naar Angola. We hadden stiekem toch nog wat twijfels over de reparatiekunsten van de garagejongens. Zou het probleem nu echt wel verholpen zijn… Afgesproken met z’n 2en dat we het zouden proberen, en als we het niet vertrouwen, terug gaan naar Matadi. Angola is namelijk een groot land, ze spreken er alleen Portugees (wij niet), de wegen zijn er erg slecht, en je moet nog maar afwachten of je een goede garage vindt als je autopech krijgt.

Na ongeveer 30 kilometer hoorden we het geluid onderin de auto wéér... Meteen omgekeerd en richting de haven gereden om naar mogelijkheden voor verscheping te informeren. We hadden de dagen ervoor al gemerkt dat er geen echte garages zijn in Matadi. Misschien zou verscheping dan een betere oplossing zijn, dachten wij, zodat we bijvoorbeeld in Namibië de auto bij een échte garage zouden kunnen brengen.

Matadi is een havenstad, dus we zijn meteen bij een paar kantoren van grote verschepingsbedrijven, zoals Maersk en Nile Dutch, naar binnen gelopen. Toch wel raar om te ondervinden dat we in deze kantoren als blanke toeristen, zomaar voorbij lange rijen met wachtende locals mogen lopen. Het voelde wat onwennig, maar we werden erg vriendelijk geholpen. We hebben gevraagd of we onze auto naar Namibië kunnen verschepen, om Angola over te slaan. Maar Namibië was helaas niet mogelijk, wél een verscheping naar Nederland of naar Zuid-Afrika. Onze eindbestemming is Zuid-Afrika dus dat was hem niet, en naar Nederland verschepen…neeehhhh, dat was hem ook niet. Medewerkers van het verschepingsbedrijf Nile Dutch vertelden ons dat ze wel een garage wisten in Matadi, de enige garage die ze vertrouwen, waar zij zelf ook wel hun bedrijfsauto’s laten repareren. Dat klonk goed, dus toch maar even een afspraak gemaakt met deze garageman, zodat we daarna mooi zouden kunnen beslissen wat te doen; de auto verschepen of laten repareren.

Dezelfde middag zijn we naar de garage gegaan. Nou ja garage…naast de straat is een zandpad, en als je tussen een houten winkeltje/terrasje en een verrotte caravan door rijdt, kom je bij de “garage” uit…een soort zandvlakte of eigenlijk meer een autokerkhof, aan de rand van een hele steile helling. Administratiekantoor+opslag is een klein houten hutje met een notitieblok, rekenmachine, een pen, en wat gereedschap. Een grote ijzeren tafel aan de rand van de helling fungeert als werkbank. Dit gaf even een goed gevoel maar niet heus, maar ja, wie niet waagt wie niet wint..toch?

De garageman ging meteen met Tom en de Patrol op pad, om de geluiden in de auto te kunnen horen, en te bepalen wat nodig is qua reparaties. Hij kon het probleem snel oplossen, zei hij, want het was slechts een kwestie van een paar lagertjes en een andere koppelingsplaat. Dit zou maar 3 dagen kosten, gelukkig, we waren al dat wachten bij garages nu wel erg zat. Een beter en leuker plan dan verschepen, vonden we, dus we zijn akkoord gegaan met het voorstel van de garageman. Wel 1 minpuntje; we moesten de auto daar achterlaten. Dat is best lastig als je al je spullen én je daktent in/op je auto hebt. Maar, we hebben de nodige spullen eruit gehaald en zijn naar de mission gelopen. De bewakers moesten al lachen toen we daar weer arriveerden; “Jullie waren toch weg..?” Het verhaal uitgelegd, en een kamer in een van de missiongebouwen geregeld voor een paar nachten.

Vrijdagochtend is Tom vroeg naar de garage gegaan om de garagemensen en onze auto in de gaten te houden. Laura had haar eigen ochtendprogramma: lopend de stad in, op zoek naar een bank, en naar de Ambassade van Angola; de visa lopen t/m zondag 10 juni, en 10 juni vertrekken we pas.

Een blanke die door Matadi wandelt krijgt erg veel aandacht, er werd er overal “Tssssst!!!”, “Mundele!” (= blanke) en “Bonjour toerist!” op straat geroepen, en sommige mensen lopen “gezellig” een stukje met je mee. Bij de Ambassade van Angola werd Laura verteld dat we ons geen zorgen hoeven te maken, dat de 5 dagen pas ingaan vanaf de datum van entree. Na een bezoekje aan de Ambassade is Laura naar de RAWbank gegaan, om geld op te nemen voor de garage.

In de bank werd ze uitgenodigd op het kantoor bij de directeur en Rhetish, hij is daar controller. Ze schrok, want dacht dat er iets mis zou zijn met de creditcard, maar ze waren gewoon nieuwsgierig wat een toerist in een gat als Matadi doet… Na een uitleg over de reis, de auto, en nu de garage, waren ze helemaal enthousiast, en mocht Laura gratis gebruik maken van het internet op het kantoor. Rhetish komt uit India, en werkt al 2 jaar voor deze bank in Matadi. Hij vertelde dat hij het eerste halfjaar een hekel aan de stad had, daarom was hij zo benieuwd wat wij ervan vinden. Hij vond het erg leuk en ook heel normaal om een toerist een te helpen en een beetje in de watten te leggen, in India zien de mensen toeristen namelijk als een god vertelde hij. Dus daar zat Laura dan, luxe in een dikke stoel achter een groot bureau te internetten, in een met airco gekoeld kantoor.

Even later kwam de directeur met een grote glimlach op zijn gezicht het kantoortje binnenlopen. “Ik heb mijn nichtje aan de telefoon, ze woont in Nederland, dus ik dacht misschien wil je wel even met haar kletsen, gezellig met iemand van je eigen taal” Zo maf, maar ook zo schattig dat hij dit regelde, om even met een wildvreemde vrouw uit Nederland te praten over Matadi en de Afrikareis, en ze was, net als haar oom, erg enthousiast.

Bij de garage aangekomen, hebben we elkaar de belevenissen van de dag verteld. Tom had weer een origineel ochtendje “garagehangen” achter de rug. Ze waren niet erg opgeschoten, de versnellingsbak was er nog niet eens onderuit.

Enfin, samen de rest van de middag “garage gehangen”; Laura al lezend op een houten bankje tussen 2 oude krotten van auto’s, en Tom liep wat rond onze auto met zijn Nissan Patrol-handboek, zodat hij de garagejongens af en toe wat uitleg kon geven, want de kennis was bij hen ver te zoeken.

Omdat Rhetish zo vriendelijk had geholpen deze ochtend in de bank en hij had gezegd “Als je iets nodig hebt of vragen hebt, bel me maar”, hebben we hem gebeld of hij een leuk restaurant wist, en of hij mee uit eten wilde met ons, als niet-Matadiërs. Hij vond het een goed plan. Zo zaten we die avond gezellig met z’n 3en te eten in een restaurant met uitzicht over de haven. Rethish wist ons aardig wat spannende en ook leuke verhalen te vertellen, over Matadi. Ook hij heeft dagelijks te maken met de best vervelende houding van de mensen in DRC; te laat komen, niet luisteren naar wat je vraagt of zegt, altijd maar om geld of kado’s vragen, en liegen. In een van onze reisgidsen staat niet voor niets als omschrijving “Matadi=corrupt”. Knap dat hij het zolang uithoudt hier.

Zaterdag 9 juni, dit zou onze laatste dag garagehangen zijn…dachten we. Tom was weer vroeg naar de garage gegaan. Laura heeft geprobeerd om de inmiddels opgestapelde was weg te werken in de badkamer van de mission. Niet handig als je spullen voor het wassen nog in de auto liggen bij de garage. Dus, net als de Afrikaanse vrouwen hier, van die kleine Omo-wasmiddelzakjes op straat bij en stalletje gekocht, en in een oude emmer van de mission een poging tot wassen gedaan. Wat een gedoe; 5 minuten water en dan was het op, en dan met mazzel na een paar minuten later weer een klein beetje water. Daar sta je dan met je in-ge-Omo-de kleren onder de douche, klaar om ze uit te spoelen. Maar weet je, we raken er inmiddels al aardig aan gewend om met kleine hoeveelheden water om te gaan, zelfs uitspoelen van de was hoeft niet meer zo grondig als dat we in het begin van onze reis vonden. Als er wat extra zeepresten in je kleren achterblijven, dan voelen ze lekker zacht en ook al krijg je met een handwasje niet altijd alle vlekken eruit, je kleren ruiken ze tenminste schoon!

Onderweg naar de garage liep er een groep kleine kindjes vlak naast Laura op straat. Een “Mundele” met een rugzak op, die in de hete zon de berg op slentert, dat is toch geweldig interessant? De kindjes hadden grote lol; Mundele inhalen, dan stoppen, Mundele bekijken, “good morning” roepen. Zodra Laura dan “good morning” terug riep, schaterden ze van het lachen, de Mundele sprak tegen ze, wat een lol!

Eind van de middag begonnen we ons al wat meer zorgen te maken, zou het dan toch een afspraak op z’n Afrikaans (tel er minstens een paar uur of een dag bij) zijn..? Het schoot niet erg op. We hadden het gevoel dat het nooit af zou komen vandaag. Ja er werd hard gewerkt, door wel 2 jongens. De andere 10 jongens stonden erbij en keken ernaar. 1 Jongen ging zelfs naar de kapper onder werktijd; er werd een krukje vlak naast de auto gezet, waarop hij door een kapper ter plaatse werd geschoren en geknipt! En de eigenaar…die was weg…

Onze ongerustheid werd nog even onderbroken door een luid gefluit, getoeter en gezang op straat; een hele groep mensen sprong en danste vrolijk door de straat, voorop een persoon die een met bloemen versierde foto omhoog hield, daarachter een paar personen die een lijkkist droegen, en een andere persoon filmde het geheel. Toen we de jongens bij de garage vroegen, zeiden ze; “Ja dat is dé manier van afscheid nemen van een overleden familielid in DRC”.

De eigenaar van de garage kwam pas om 19.00uur opduiken, hij was op zoek geweest naar wat onderdelen voor onze auto, en een nieuw achterlicht (deze was de afgelopen nacht van onze auto gestolen toen hij bij de garage stond) maar dat was helaas niet gelukt. Nog geen achterlicht dus, en er lagen nog téveel onderdelen naast de auto, die toch echt ónder de auto horen te zitten om verder te kunnen rijden…Angola moet nog even wachten helaas…

DRC - deel 2

Zondag 10 juni, zou de auto vandaag dan écht klaar zijn? Tom is vanmorgen als een echte mechanic, gehuld in overal, samen met de garage-eigenaar en wat garagejongens om 06.00 uur begonnen, om te zorgen dat de auto ‘s middags klaar zou zijn. Tom werd zelfs door wat mensen van de straat op de foto gezet, een Mundele in overal, wow!

Er werd deze morgen wel wat meer doorgewerkt in de garage, maar we vroegen ons af of ze wel wisten wat ze aan het doen waren, want “nee” zeggen of “ik weet het niet” kennen ze hier niet. De eigenaar kwam er aan het einde van de middag achter dat een as in de transferbox kapot was, deze moest vervangen worden. Ook moest de eigenaar nog steeds achter een nieuw achterlicht aan, dus helaas de Nissan vandaag nog niet mee… misschien morgen middag naar Angola dan?

Wat erg leuk was deze dag: er waren 4 andere overlanders aangekomen in Matadi. Met Ian en Jaqueline (Nederlanders met Landrover) hadden we al vaker gemaild. Christoph en Judith (Duitsers met Landrover) hebben we eerder in Benin ontmoet.

We zijn gezellig met z’n allen de straat op gegaan en hebben in een stalletje rijst met een pinda-achtige saus gehaald. Het terrasje bij het stalletje zat helemaal vol met mensen, geen plaats meer over voor 6. De eigenaar regelde op een verhoogd terras, vlak naast het eetstalletje, een paar stoelen voor ons. En daar zaten we dan, 6 Mundeles naast elkaar te eten. Je kan wel nagaan wat voor een aandacht dat met zich meebracht.

Maandag 11 juni. Tom is weer om 07.00uur bij de garage begonnen, en Laura is samen met de andere overlanders naar de Ambassade van Angola gelopen; zij moesten hun visa aanvragen, en wij wilden toch nog even checken of het écht geen probleem is als we later deze week alsnog naar Angola willen. Gelukkig, we hoefden ons nog steeds geen zorgen te maken.

In Afrika hebben we toch aardig geleerd om veel geduld te hebben, maar ooit raakt geduld een keer op, in ieder geval bij ons wel. Het duurde maar en het duurde maar en keer op keer werden afspraken niet nagekomen. Tot ’s avonds laat hebben we bij de garage gehangen. Rhetish, onze Indische vriend van de bank, was deze dag al een paar keer langs geweest bij de garage om te kijken hoe het met ons en met de auto ging. Hij wist dat we de auto niet alleen wilden laten met al die prutsers, en we geen kans zagen om avondeten te regelen, dus heeft hij met zijn chauffeur pizza’s bij ons gebracht, echt lief.

Na het eten hebben we aan de eigenaar van de garage nogmaals gevraagd wat nu de bedoeling is, omdat we het wachten spuugzat waren. Het nieuwe plan was: de versnellingsbak en transferbox zouden déze nacht onder de auto geplaatst worden, maar een achterlicht kan pas morgenochtend gezocht worden… We wilden dolgraag samen met de andere overlanders door Angola gaan reizen, en zij zouden de 12e vertrekken. Aangezien we niet wilden wachten tot morgenochtend, zouden we zelf op pad gaan voor een achterlicht, de garageman zou betalen.

Bij de mission hadden we een zelfde Nissan Patrol als die van ons zien staan. We zijn samen met Rhetish en zijn chauffeur naar de mission gereden, en hadden voor de zekerheid al Toms gereedschapskist meegenomen. We hebben ons probleem aan een van de medewerkers uitgelegd, en gevraagd of we het achterlicht mogen hebben. De garage-eigenaar zou dan eind van die week een nieuwe regelen. Dat vond de man prima. We leken wel zo’n stel criminelen, zo in het donker met een zaklamp en wat gereedschap een achterlicht van een auto halen. Net toen we het licht al half van de auto afgeschroefd hadden, kwam een andere medewerker ons vertellen dat het absoluut NIET mocht. Achterlicht er weer opgezet, en teleurgesteld wat gaan drinken op een terrasje in de buurt. Stom toevallig stond daar eenzelfde Nissan Patrol langs de kant van de weg. Tom is meteen naar de eigenaar toegegaan en heeft het ons probleem voorgelegd. BINGO! Deze man had nog extra achterlichten thuis, deze zou hij de volgende ochtend bij de RAWbank afleveren.

Weer een dag later in Matadi; dinsdag 12 juni, de andere overlanders wilden gelukkig nog op ons blijven wachten om samen door Angola te kunnen reizen. Laura is met Ian naar de bank gelopen, het achterlicht zou bij Rhetish afgeleverd worden om 09.00 uur. Om 11.30 uur kwam de man het achterlicht brengen. Rhetish chauffeur bracht hen daarmee meteen naar de garage, om Tom het goede nieuws te vertellen. Missie achterlicht was voltooid, maar missie versnellingsbak nog niet helaas, om 13.30uur zou het echt echt klaar zijn…

Na een kleine test rond 14.00uur, bleek dat onze Patrol na alle reparaties, helemáál niet meer in beweging kwam! Christoph, mechanic van beroep, en Ian, ook veel verstand van auto’s, zijn toen ook naar de garage gekomen om te kijken of zij konden ontdekken wat nu precies het probleem is.

We hebben alle garagejongens en de eigenaar aan de kant geduwd. Tom, Ian en Christoph zijn samen onder de auto gedoken en hebben daarna met z’n 3en het Patrolhandboek erbij gepakt en gekeken hoe dit opgelost kon worden. Toen de versnellingsbak er weer op ons verzoek onderuit was gehaald door de garagejongens, zagen we dat o.a. de drukgroep niet in orde was. De eigenaar heeft gisteren steeds verzekerd dat alles in orde was, maar nu zei hij “het is gevaarlijk om met zoiets door te rijden”. Nouja! We waren witheet, en vroegen hem waarom hij dat dan niet eerder heeft verteld. Daar was hij heel duidelijk in; wij wilden de auto zo snel mogelijk klaar hebben… “Maar u wist gisteren al dat dit aan de hand was, en dat dit gevaarlijk is, u weet dat we naar Zuid-Afrika gaan met deze auto en u had ons zo met een kapotte versnellingsbak weg laten gaan?!” Zijn antwoord was… “C’est vrais”. We hebben ons netjes ingehouden en de man niet een klap voor zijn kop gegeven, wat we GRAAG hadden willen doen.

Enfin, afgesproken met Christoph en Ian, dat zij de ochtend erop, samen met Tom om 06.00uur naar de garage gaan, om zélf, met een paar door hún uitgekozen garagejongens, de versnellingsbak te repareren en te testen. De garage-eigenaar zou een nieuwe drukgroep voor de versnellingsbak regelen, dan zou de auto eind van de ochtend klaar moeten zijn.

Zo fijn dat Christoph en Ian erbij waren deze middag, ze waren een enorme steun voor ons. Wij konden door alle stress niet meer goed nadenken. En na een hele week lange dagen garage hangen, zeg je niet meer tegen elkaar “schat het komt goed”, daar geloofden we op dat moment toch allebei niet in.

DRC - deel 3

Woensdag 13 juni. Tom, Ian en Christoph hebben deze ochtend e.e.a. getest en een nieuwe drukgroep in de versnellingsbak geplaatst. Ondertussen zat Laura met Jaqueline en Judith bij de mission te wachten. We hadden ongeveer ieder half uur telefooncontact om te kijken hoe het ervoor stond. Het leek erop dat als we de auto die middag mee zouden kunnen nemen…

Op het missionterrein zijn een aantal schoollokalen, in de pauzes liepen er steeds schoolkindjes langs de auto’s, en riepen in hun beste Engels “Good morning, how are you?” Jaqueline had bedacht dat ze de kindjes wel wilde filmen. Dus heeft ze de filmcamera erbij gepakt en hebben Laura en Judith de kindjes staan aanmoedigen om een liedje te zingen. Ze stonden werkelijk te zingen, schreeuwen en springen voor de camera, ze vonden het geweldig!

Een leraar Engels van de school (en ook pastoor), Joseph, liet ons zelfs een klasje filmen. Hij ging samen met Jaqueline, Judith en Laura voor de klas staan, en vertelde de kinderen dat deze Europeanen hélemaal vanuit Nederland en Duitsland met de auto naar Kongo zijn gereden, om Afrika te zien en ook om hun land te bezoeken. Hij bracht het erg leuk, en de kinderen keken deze 3 blanken voor de klas met grote ogen aan. Nadat Joseph vroeg of ze een liedje wilden zingen voor de camera, zodat de Europeanen een mooie herinnering hebben aan Matadi, sprong een klein meisje naar voren, handjes op de rug, kinnetje omhoog, en ze begon een stukje te zingen, waarna de hele klas uit volle borst meedeed. Kippenvel hoor! We waren er stil van.

Helaas na deze leuke belevenis, belde Tom, Ian en Christoph dat het niet goed ging met de auto. Ze hadden na het vervangen van de drukgroep, de versnellingsbak zelf onder de auto teruggeplaatst en een testrit gedaan, maar de auto bleek nog erger te klinken dan toen we hem de week ervoor naar de garage brachten. Ian, Christoph deden de testrit samen met de eigenaar van de garage, en Tom bij Rhetish in zijn auto er achteraan. Tijdens de rit bleek dat het voordifferentieel niet werkte, de versnellingsbak nieuwe geluiden maakte en dat er olie uit de tussenbak liep. De eigenaar bleef volhouden dat er niets aan de hand was, en dat al het gekraak en gebrom normaal was!

Zoals je kan begrijpen is Tom toen ontploft, en heeft hij de mensen bij de garage in hun oortjes “gefluisterd” dat het niet te geloven was dat ze er zo’n puinhoop van hebben gemaakt. Uiteindelijk hebben ze de voordifferentieel nog even uit elkaar gehaald, alle tandwielen waren door een verkeerde montage zodanig beschadigd, dat deze niet meer gerepareerd konden worden..

Alsof er engeltjes bestaan, kwam er zomaar een Engelssprekende man, naar Tom toelopen bij de garage. Deze Patrick heeft een transportbedrijf in Matadi, was nieuwsgierig naar wat er aan de hand was bij de garage waar 3 opgefokte blanken rondliepen. Hij zag ook in dat het totaal niet in orde was met de auto, en heeft een hartig woordje in de lokale taal met de garage-eigenaar gesproken. Hij heeft zelfs nog wat geld kunnen lospeuteren voor ons, aangezien de garage de auto heeft verpest.

Tegen 20.00uur kwamen de jongens terug bij de mission, met pikzwarte gezichten en overals van een lange dag werken onder de auto. Ze kwamen mét de Patrol, we vertrouwden de garage niet meer, en hebben besloten de auto terug te halen. Een oplossing hadden we nog niet bedacht.

Die avond hebben we de Ian, Jaqueline, Christoph en Judith mee uit eten genomen, naar een restaurantje, om ze te bedanken voor alle hulp. Ian en Christoph vertelden ons dat ze er van overtuigd waren, dat als wij met hen samen door Angola zouden rijden, en wat extra olie mee zouden nemen, we het moesten redden, ook al zou er iets kapot gaan aan onze auto, ze wilden ons desnoods wel naar Namibië trekken als het nodig zou zijn. Super lief natuurlijk, maar wij moesten er nog even over nadenken.


Donderdagochtend 14 juni hebben we besloten niet mee te gaan met de anderen naar Angola. We vertrouwden de auto totaal niet, en we zaten er eerlijk gezegd emotioneel helemaal doorheen. Geen zin om door een land met slechte wegen te rijden, in een auto waarvan je weet dat hij elk ogenblik “uit elkaar kan vallen”.

En toen stonden we daar, halverwege de ochtend, weer alleen met ons kapotte Patrolletje bij de mission nadat we Ian, Jaq, Christoph en Judith hadden uitgezwaaid. Laura is naar de Soeur Superieur, hoofdnon Berthe, op zoek gegaan, om te vragen of we nog een paar nachten langer kunnen blijven staan, aangezien we naar een oplossing voor de auto moeten zoeken. Dat was geen probleem, maar wat we niet hadden verwacht; de non stelde voor om de auto van ons te kopen…

Met deze gedachte in ons achterhoofd zijn we naar Rethish gelopen. Bij hem thuis een kopje Indische thee gedronken en daarna naar het internetcafé gegaan, om andere overlanders te mailen. We hadden gehoord dat Keith en Julie en nog een paar anderen, vlakbij Brazzaville zijn, en ook naar Matadi gaan ivm Angola-visa.

’s Middags belde Keith al, hij en Julie waren in Brazzaville aangekomen, en zouden het weekend naar Matadi rijden, zodat hij zonodig samen met Tom aan de auto kan werken. Dat gaf toch wel een prettig gevoel; hulp onderweg.

Nog even contact gehad met Patrick, de man die de dag ervoor zo hielp bij de garage, hij was op zoek gegaan naar een nieuwe of 2e hands betere versnellingsbak. In Kinshasa had hij er een gevonden, en hij kon deze wel naar Matadi brengen mét een goede mechanic. We wisten niet zo goed wat ervan te denken, je weet van te voren niet zeker of de versnellingsbak goed is, en of deze mechanic wél verstand heeft van auto’s ...en kan je zo’n Patrick na 1 keer helpen wel vertrouwen..?

De nonnen kwamen ’s middags wéér vragen of we al wisten of we de auto wilden verkopen, en voor welk bedrag. Ze kunnen een 4x4 goed gebruiken, zeiden ze, om hun plantages en projecten in het binnenland van DRC te bezoeken. Maar we hebben ze nogmaals gezegd, dat we er niet uit waren, of we de auto zouden laten repareren of verkopen, maar dat we het liefst door zouden willen rijden, Kaapstad halen.

Het was écht moeilijk om een beslissing te maken. Misselijk en hoofdpijn van de moeheid en de stress van de afgelopen dagen. Hoe kun je nu afscheid nemen van je “huisje” waar je al 4,5 maand in rondreist, en afscheid nemen van je droom; een overlandtrip van Nederland naar Zuid-Afrika. We wilden het zó graag met ons eigen Patrolletje afmaken. Terwijl tientallen kindjes die net uit school kwamen, zich om ons heen verzamelden en stonden te kijken naar hoe 2 Mundeles sip en onderuitgezakt in hun stoelen hingen, hebben we alle voors en tegens besproken.

In Matadi mág de auto verkocht worden, in Namibië of Zuid-Afrika mag dat niet, want daarvoor zit het stuur aan de verkeerde kant. Daarnaast zijn we al erg vertraagd, en willen we voordat we terug naar Nederland gaan, graag nog even genieten van de rest van Afrika ipv stressen dat de auto misschien weer kapot gaat. Ook kunnen we vanuit Matadi spullen verschepen naar Nederland, die we niet meer zullen gebruiken tijdens de rest van de reis.

DRC – deel 4 “Hakuna Matadi”



Na lang nadenken en piekeren, hebben we op vrijdag de 15e de knoop door gehakt; Patrick afbellen, de auto verkopen aan de nonnen en wij vliegen naar Namibië om daar met een huurauto of backpackend naar Kaapstad te reizen.

Met de nonnen afgesproken dat wij eerst zouden uitzoeken hoe het werkt qua Carnet de Passage. We hebben namelijk bij de ADAC in Duitsland een flinke borg moeten betalen. Als de auto niet in Nederland terug komt, zouden we deze borg niet terugkrijgen. Na een telefoontje met ADAC bleek dat alsnog geen probleem is, we krijgen de borg terug, als we maar een Customs Receipt kunnen aantonen, waarop staat dat de importbelasting betaald is, én een stempel in het Carnet dat we de auto in Matadi achter laten.

Samen met Joseph, de leraar Engels, en de nonnen zijn we in een soort woonkamer van het mission-gebouw gaan zitten. De gisteren nog zo vriendelijke nonnen hadden in ene hun zakelijke strenge gezichten op gezet. Joseph speelde vertaler, dat was erg fijn, want met het beetje Frans wat wij praten kwamen we er met de nonnen niet helemaal uit. Toen ze begrepen dat wij alleen de auto kunnen verkopen als wij de papieren in orde hebben voor de ADAC, regelden ze snel een mannetje. Dit mannetje werkt bij de douane en zou voor de papieren zorgen.

Het mannetje kwam eind van de ochtend langs bij de mission en gaf aan dat er qua importbelasting toch een vrij hoog bedrag betaald zou moeten worden. In DRC geldt dat de kopers de importbelasting betalen. De nonnen vonden dit bedrag veel te hoog en wilden daardoor van de koop afzien. We hebben ze toen voorgesteld om het aankoopbedrag iets te verlagen, om ze een beetje tegemoet te komen/te helpen. Ze wilden dit wel overwegen, ’s avonds zouden ze een vergadering hebben en het voorleggen aan de hoofdnon, die over de financiën gaat.

Wel grappig was, dat na dit gesprek een paar mannen aan kwamen lopen bij de mission, ze hadden gehoord dat een stel Mundele’s hun 4x4 te koop hebben staan…wij dus. Ze waren erg geïnteresseerd, ze kenden onze auto al zeiden ze. Ze hadden hem die afgelopen week bij de garage gezien, en gehoord dat het een goede en sterke auto is…Mooi, mocht het met de nonnen niet lukken, dan hadden we nog kopers achter de hand.

Joseph ving dit gesprek op, en is meteen naar de nonnen gegaan om te zeggen dat ze vaart moesten maken met het regelen van het geld en de papieren, omdat er meer geïnteresseerden voor onze auto zijn.

In de eetkamer van de mission kregen we een warme lunch aangeboden van de nonnen. Ze hadden toch wel door dat we, ook al is de beslissing genomen, het er erg moeilijk mee hadden om ons huisje weg te doen. Ze deden zelfs een gebedje voor ons en zeiden dat we er als een soort “familie” samen wel uitkomen.

Geduld, geduld en nog een geduld…Hakuna Matata, vergeet je zorgen…nou dat gaat wat lastig als je er middenin zit! We hadden nog niks gehoord van de nonnen dus zijn we zaterdag de 16e naar de haven gelopen om uit te zoeken wat nu precies het importbedrag is als je een auto in DRC importeert, we vertrouwden het genoemde bedrag van het douanemannetje van de mission niet helemaal.

De mensen op het kantoor van Maersk konden ons gelukkig verder helpen. Zij werken samen met iemand van de douane, meneer Paulin. Deze meneer zou voor ons uitzoeken wat het belastingsbedrag is, en ook wat eventueel de kosten voor verscheping zijn, als we de daktent naar Nederland willen sturen.

Meneer Paulin kwam ’s middags bij de mission een papier langs brengen, alle kosten en onderdelen gespecificeerd, een veel lager bedrag dan het douanemannetje van de nonnen had genoemd. We hebben het papier aan de nonnen laten zien en gevraagd of ze er nu al uit waren. Nee, want hoofdnon Berthe was nog in Kinshasa, zij zou pas eind van de middag landen op het vliegveld in Matadi en daarna zou alsnog overleg plaatsvinden. Even wachten nog…

Eind van de middag kwamen 2 Belgische overlanders, Erik en Nele, bij de mission staan. Zij reizen via de westkust omhoog naar België, en kwamen net uit Angola vandaan. De chauffeur en mechanic van de mission kwam onze Patrol keuren en een testritje maken, hij zou ons via de nonnen laten weten wat de uitslag is.

Zondag ochtend hebben we van de nonnen eindelijk een JA gekregen, ze zouden de auto definitief kopen en de papieren regelen. Voordat Erik en Nele vertrokken, gaven ze ons een grote backpackrugzak om te lenen, erg fijn én handig voor als we straks zonder auto verder gaan reizen.

De rest van de dag hebben we alle spullen uit de auto getrokken en op een zeil naast de auto gelegd, om een selectie te maken; wat mee, wat verschepen en wat achterlaten. Niet leuk als er allemaal nonnen en werklui van de mission op een paar meter afstand als een stel aasgieren naar je spullen staan te kijken en te wijzen “Donne moi…”

Hoofdnon Berthe kwam toen het net donker begon te worden bij ons langs, om alvast voor de auto te betalen. Al zittend in onze kampeerstoel toverde ze het geld tevoorschijn, en hebben we met z’n 3-en in zaklamplicht het geld zitten tellen. Ze wilde een handtekening van ons als bewijs dat ze ons betaald heeft, maar ze gaf een blanco A4tje, ja daaag!!! Wel hebben we haar onze Carnet de Pasage meegegeven zodat haar douanemannetje het in orde kon maken, de ochtend erop zou het klaar zijn.

Deze avond kwamen er weer overlanders bij de mission aan, Campbell en Linea (Engeland en Zuid-Afrika) met hun Landrover Defender, en Ben en Maria (Australië en Nederland) met hun Toyota Landcruizer.

Maandag 18 juni hebben we een houten krat laten timmeren door de timmerman van de mission, om onze daktent in te kunnen verschepen. Tegen 13.00uur hadden we nog steeds geen papieren gezien, en de nonnen wisten niet hoelang het nog zou duren. We hebben Joseph maar weer aan z’n mouw getrokken om de nonnen wat te pushen.

Toen we met Joseph aan het praten waren in het missiongebouw, zagen we in ene een grote brand, vlakbij onze auto. De tuinman had een hoop afval en bladeren in de fik gestoken, zonder erbij na te denken. Grote flarden as dwarrelden rond, óók op onze daktent. En jahoor, zodra de tuinman het vuur doofde nadat wij hem de huid vol gescholden hadden, zagen we tot overmaat van ramp brandgaatjes op meerdere plaatsen in het tentdoek.

Wij waren ook wat oververhit na dit brandje. Aan Joseph kon je duidelijk merken dat hij het echt erg vond wat er gebeurd was, maar hoofdnon Berthe gaf geen kik. Ze liep weg nadat we haar gehaald hadden om naar het resultaat te kijken. Toen we haar verantwoordelijk stelden voor deze schade, zei ze dat zij de tuinman niet opdracht had gegeven om de brand aan te steken, dus dat zij er niks aan konden doen. Toen we om een vergoeding voor de schade aan de tent vroegen, kreeg het verhaal in ene een andere wending; het was de tuinman niet geweest, het was een voorbijganger die een nog brandende sigaret had laten vallen. Daarna kwam de volgende uitleg van Berthe: zij zijn maar arm en wij toeristen rijk, zij helpen ons door de auto te kopen en dan gaan wij zo harteloos met hen om, hoe konden we dat nou doen… Er viel niet over te praten, dus hebben we het maar laten zitten.

Onze Carnet de Passage en de benodigde documenten die geregeld moesten worden, daar moesten we maar rustig op wachten, aldus de nonnen. Zij waren afhankelijk van dat handige mannetje van ze, die het snel zou regelen. Nou, de 21e hadden wij pas alle papieren in handen en konden we pas uit Matadi weg!

Tussen de 18e en de 21e hebben we sinterklaas gespeeld; van alles en nog wat meegegeven aan Ben, Maria, Campbell en Linea, een rare situatie, en best even moeilijk om je “huisraad” weg te geven, maar we hadden liever dat zij er nog gebruik van maken, dan die schijnheilige en aasgierige nonnen.

We zijn dan ook weg gegaan bij de mission op dinsdag de 19e, de auto op slot achter gelaten en gezegd tegen de nonnen dat ze de sleutel konden halen bij ons hotel zodra de papieren rond waren. Ze waren er niet blij mee, maar dat waren wij ook niet.

Regelmatig is Rhetish bij ons komen buurten deze week, en via een goede vriend van hem, Rajeev (ook uit India) hebben we de verscheping van de kist (onze daktent en wat andere spullen) naar Antwerpen geregeld. Hij werkt ook goed samen met meneer Paulin, die vervolgens alle papierwerk voor de verscheping bij Maersk voor ons in orde heeft gemaakt.

Onze Indische vrienden Rhetish en Rajeev hebben ontzettend geholpen en we hebben enorm veel lol gehad tijdens onze laatste dagen in Matadi. Zelfs toen we donderdag de 21e met een minivliegtuigje van Matadi naar Kinshasa vlogen, hadden ze geregeld dat hun Indische vriend Peter, ons in Kinshasa kwam ophalen.

In Kinshasa hebben Peter en zijn chauffeur ons enorm geholpen met het vinden van een hotel en het kopen van vliegtickets naar het zuiden. Er bleken helaas geen rechtstreekse vluchten naar Namibië, dus moesten we kiezen voor Kaapstad, compleet tegen ons gevoel in.

We hadden al tickets voor een vlucht met South African Airways op vrijdag 22 juni, via Johannesburg naar Kaapstad. Maar wat Rhetish al iedere keer zei tegen ons “Geen plannen maken, want steeds als jullie dat doen gaat alles mis”, en dat klopte. We waren na alle wijzigingen in onze reis al helemaal aan het nieuwe plannen maken voor Zuid-Afrika en Namibië, en toen we de 22e op het vliegveld kwamen, konden we niet mee met het vliegtuig, we stonden niet op de lijst, overboekt!

Zaterdag 23 juni zijn we écht weggegaan uit DRC. Een vlucht met Hewa Bora Airways, met een tussenstop in Lubumbashi en een overstap in Johannesburg, met als eindbestemming: Kaapstad. Wat een raar gevoel, zo uit de chaos van Matadi, Kinshasa en DRC naar een “luxe” vliegveld in Zuid-Afrika; mensen in nette kleren, veel blanken, personeel op het vliegveld wat je netjes te woord staat, en wat helemaal gek was…er werd niet meer naar ons geroepen en gefloten!

Na een paar zware weken, en een moeilijke beslissing, zijn we nu weer lekker aan het genieten. We gaan Toms broer in Kaapstad opzoeken, en we gaan naar Namibië om daar wat rond te reizen en nog wat overlanders te ontmoeten.

Helaas hebben we geen mogelijkheid meer om naar Zambia en Malawi te gaan, dat moet tot een volgende reis wachten.

zondag 3 juni 2007

Kongo - deel 2

De Zuid-Afrikaan die we in het hotelrestaurant in Dolisie tegen kwamen, heeft onze auto nagekeken en volgens hem hoefden we ons niet zoveel zorgen te maken, er was niets ernstigs aan de hand, want de koppeling werkte alweer beter als de dagen ervoor. Ten tweede moest de weg van Dolisie naar Brazzaville stukken beter zijn. Nadat we toch nog even bij het treinstation hadden geïnformeerd over de treinmogelijkheid; 2 weken wachten en veel te duur, hebben we de knoop door gehakt en zijn we weer verder gaan rijden richting Brazzaville.

De weg bleek verbazingwekkend goed, tot ruim na Madingo hadden we asfalt, wat ervoor zorgde dat we flink wat kilometers konden maken. Wel stond er 1 deel weg onder water, waar ook weer bewoners met hun zogenaamde D-tour-verklaring van de overheid stonden te wapperen. Ze wilden geld ontvangen zodat we over hun land mochten rijden. Dat hadden we maar gedaan, want toen een bewoner liet zien hoe diep het water was, wisten we genoeg, het kwam tot aan zn kin! En dat was zonder ons te beduvelen, want we hebben er natuurlijk wel bij staan kijken om te zien of het écht was...

Ruim voor Mindouli zagen we weer een bord met daarop “Deviation”, we moesten deze omweg wel nemen aangezien de brug verderop kapot was vertelden de bewoners ons. Ze wisten alleen niet hoelang de omweg naar Mindouli zou duren, maar dat maakte ons niet zoveel uit, we hoefden eindelijk eens niet te betalen voor een omweg, en we zouden altijd nog kunnen bushcampen als we voor het donker het plaatsje niet zouden halen.

De weg, een zandweg met veel grote gaten, kronkelde dwars door een grasheuvellandschap, erg mooi hoor, en voor het eerst kregen we te maken met een paar échte rivier doorwadingen gehad. Toch weer heel wat anders dan die modderpoelen, nu moesten we met onze blote pootjes in het frisse stromende water over de keien in de rivier lopen om te testen waar het het minst diep was, én wat heel lastig was bij die doorwadingen, de helling om weer omhoog te komen daarna was vaak giga steil én glad van de modder.

Omdat het toch niet erg opschoot zijn we net voor het donker op een plateau gaan staan om te bushcampen. Deze plek had een prachtig uitzicht over het grasheuvellandschap en hier was alleen het geluid van vogeltjes te horen en het stromende water van de rivier verderop. We hebben in totaal 1 persoon gezien die vanaf de weg vriendelijk “bonsoir” riep, en verder…géén mensen, alleen wij 3en onder een prachtige sterrenhemel, we hebben uren omhoog gekeken, naar de vele sterren en voorbij komende satellieten, wow!

De volgende ochtend zijn we vroeg weggegaan om proberen die dag Brazza te halen. De weg naar Mindouli duurde toch nog aardig lang, en toen we er eenmaal waren, vertelden de mensen ons dat de weg daarna weer slechter zou worden. Afwachten dachten we, maar inderdaad…

Grote moddermassa’s voor ons, waarvan 1 hele grote, bestaande uit 3 moeilijke diepe delen met hoge randen. Er stond 1 jeep en 1 taxi vast. Een groep mannen probeerde om de jeep los te krijgen, maar tevergeefs. Of wij ze even wilden helpen… We waren bang dat de auto het niet zo overleven als we ze zouden trekken met de voorkant van de Nissan omdat de bumper er wel erg losjes bij hing, dus is Tom naar de jongens toe gereden en heeft hij de jeep met de achterkant losgetrokken. Daarna nog een vrij nieuwe personenauto door het eerste modderdeel getrokken. We zagen de afgelopen dagen al meerdere mensen onderweg, die nieuwe personenauto’s vanuit de haven van Point Noire naar Brazzaville rijden, die zijn gek! Sommigen zijn al een week bezig, aangezien zij natuurlijk dezelfde slechte route nemen als wij, maar zij zitten nog véél vaker vast dan wij. Enfin, het eerste deel modder ging goed, maar tijdens het trekken door het tweede deel modder kwam de Nissan vast te zitten, en moesten de jongens hem los duwen om weer verder te kunnen. Daarna lukte het wel, en stonden we, na 1,5 uur lang helpen en wachten, met de personenauto achter de Nissan vast, aan de overkant op het droge. En weet je wat de jongens ons daarna durfden te vragen? GELD! Omdat ze ons 1x geduwd hadden! Ze zouden óns juist geld moeten betalen voor alle hulp. Je zag bij Tom zowat stoom uit z’n oren komen van kwaadheid, hij heeft zo vreselijk hard in het Engels geschreeuwd dat ze achterlijke idioten zijn, dat ook al spreken ze geen Engels, de boodschap evengoed wel overkwam, ze schrokken zich een ongeluk en renden meteen weg zonder verder maar iets te zeggen.

Onderweg kwamen we mensen van het Rode Kruis tegen, die reden in Toyota Landcruisers rond om voorlichting te geven aan de bewoners daar, over hygiëne en het maken van waterputten. Leuk om deze mensen even te spreken. Ze vertelden ons ook dat we het de Kongolezen niet zo kwalijk moeten nemen dat ze moeilijk doen en overal geld om vragen, aangezien zij een zware tijd achter de rug hebben vanwege de afgelopen oorlog. Verder gaven ze ons wat tips geven over de komende moddergedeeltes, want er zouden er nog een stuk of 5 volgen.

In 1 van die gedeeltes kwamen we nog even vast te zitten, en toen de personenauto met die vervelende jongens van die middag arriveerde, en ze uitstapten, kwamen wij gelukkig nét los. En de jongens…zeiden nog steeds geen woord, ha! We zijn snel doorgereden, zonder te helpen natuurlijk.

Hoe verder we kwamen, hoe meer de auto begon te piepen en te kraken, het was echt oorverdovend. We waren ondertussen druk aan het bedenken hoeveel dagen we wel niet bij de garage zouden moeten doorbrengen, al schouderklopjes gevend aan ons Nissannetje dat hij het nog even vol moest houden…

En ja hoor, dinsdag 22 mei om 19.00 uur kwamen we dan luid krakend en piepend Brazza inrijden. We made it!!!

Woensdag zijn we naar het collegafiliaal van de garage in Point Noire gegaan, om de auto eens grondig te laten nakijken, want er moet een heleboel aan gebeuren. O.a. de remmen waren helemaal op, deze moesten vervangen worden. Een totaalbedrag afgesproken en meteen betaald, en de mannen gingen aan de slag, het zou om 17.00 uur klaar zijn. Wij hebben zittend op onze kratjes, alles scherp in de gaten gehouden. Het stond Tom al niet aan hoe hun werkwijze was, en hun houding al helemaal niet. Want om 16.30 uur vertelden ze ons dat ze niet de juiste onderdelen hadden gevonden, zodat we de auto niet mee konden nemen. Na veel stampij mochten we van de eigenaar naast de garage slapen in onze daktent, maar aangezien deze parkeerplaats niet omheind is en jan en alleman daar naar binnen loopt, hadden we daar geen trek in, dan maar een nachtje hotel. Dus wat spullen uit de auto gepakt, en afgesproken dat we de volgende ochtend om 12.00 uur de auto alsnog zouden meekrijgen.

De dag erna zijn we vroeg bij de garage gaan kijken, en natuurlijk was de auto om 12.00 uur nog lang niet klaar… We hebben toen maar alvast de visa voor DRC, Democratic Republic of Congo, aangevraagd. Aanvraagformulieren ingevuld en een consult gehad, een soort interview met de visaman himself, een aardige man, en hij vond het geweldig om te horen dat wij helemaal met de auto vanuit Nederland hierheen zijn komen rijden!
Terug bij de garage duurde het remmen vervangen nog tot het einde van de middag. Omdat ze geen nieuwe onderdelen hadden gevonden voor de achterremmen, en deze gerepareerd hadden, hadden wij bedacht een bedrag terug te vragen, omdat we voor de nieuwe onderdelen hadden betaald gisteren. Maar toen wij binnen bij de administratiedame aan haar bureau stonden, vroeg zij ons nog eens een flink bedrag extra te betalen, voor het werk van die dag. Het schoot Laura in het verkeerde keelgat, na een paar weken kloten in de modder en vele teleurstellingen. Ze is nog nooit zo kwaad geweest en heeft ze even flink de waarheid verteld. En uiteraard hebben wij daarna, na overleg met de eigenaar en zijn assistenten niets extra’s betaald.

Die avond was de laatste samen met Paul, hij zag het niet zitten om nog een aantal dagen op ons te wachten, en dat is ook heel begrijpelijk. Wel raar hoor, je raakt toch aan elkaar gehecht als je en paar weken samen reist.

Gelukkig wist de eigenaar van het hotel waar we verbleven, nog wel een adresje om de auto te laten repareren, een plaats waar ook de Rode Kruis mensen hun auto’s laten repareren, dus dat klonk goed. Daar is Tom de dag daarna dan ook naartoe gegaan, nadat we de visa bij de Ambassade van DRC hebben opgehaald.

Laura is vrijdagmiddag in bed gedoken, aangezien zij zich niet lekker voelde.
En dat werd de dagen erop alleen maar erger; zere rug, spierpijn, hoofdpijn, misselijk, én koorts, waarvan we weten dat we bij deze verschijnselen extra alert moeten zijn ivm malaria. (ondanks dat we al Lariam slikken sinds het begin van onze reis om malaria te voorkomen)
Zaterdag voor de zekerheid maar de noodmedicatie Malarone tegen de vermoedelijke malaria gestart, die hadden we al bij ons vanuit Nederland. Zondag naar een kliniek in Brazzaville gegaan, waar ze werd onderzocht en er werd verteld dat het inderdaad malaria was: Malarone kuur afmaken, dan zou het weer over gaan.

Maar helaas was dat niet het geval, en werd ze dinsdag t/m donderdag opgenomen in de kliniek, aangezien ze nóg meer last van haar rug had, links onderin. Nou, een Afrikaans ziekenhuis stond natuurlijk niet op ons lijstje, maar was een hele belevenis…Laura mocht in de VIP kamer verblijven, in een prachtige witte ziekenhuisjapon, mét eigen tv en koelkast en in een heerlijk doorgezakt bed. Er werd door de zusters iedere minuut gecheckt hoe het met haar ging, meegekeken naar de tv, en ’s avonds sliepen ze zelfs naast haar op een matrasje, voor als er iets zou zijn… Een echografie en een paar foto’s gaven aan dat naast malaria, Laura ook last had van een darminfectie en een paar niersteentjes. En na 3 dagen aan het infuus voor antibiotica en andere medicijnen, mocht ze er gelukkig donderdagavond weer uit…nu even aansterken en zo snel mogelijk weer door naar DRC en daarna Angola!